Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich verklaren, dat, ook indien de werkdag der leerlingen dezelfde is als die der gezellen, toch rechtmatige klachten over te veel werk bij de eersten kunnen voorkomen. Verder moet in dit verband nog worden gewezen op het in vele ambachten bestaande misbruik, dat de meester ter besparing van kosten met zoo weinig mogelijk gezellen en zoo veel mogelijk leerlingen werkt, de z.g. „Lrhrlingxzüchterei" 'i. In een dergelijk geval bestaat er alle aanleiding, dat de meester zal trachten, zoo veel mogelijk voordeel van zijne leerlingen te trekken , en hen zoo lang mogelijk aan den arbeid zal houden.

y. Rechtspraak.

Voor leerlingprocessen is door de Rijkswet van 29 Juli 189(1 het Gewerbegericht als de bevoegde rechter aangewezen Volgens § 8 dezer wet zijn de Gewerbegorichte — ongeacht de waarde van het object des geschils — bevoegd voor alle processen over liet aangaan, de voortzetting en de ontbinding van het arbeidscontract en over de daaruit voortvloeiende verplichtingen en aanspraken op schadevergoeding. § 5 der wet bepaalt, dat door de competentie van een Gewerbegericht de gewone rechter wordt uitgesloten, zoodat deze de zaken , bij een Gewerbegericht thuis behoorende, ambtshalve daarheen moet verwijzen.

Volgens § 1 der wet kunnen voor de beslissing van ,.gewerbliclie Streitigkeiten" tusschen arbeiders — waaronder volgens § 2 der wet leerlingen zijn begrepen — eenerzijds en hunne werkgevers anderzijds, alsmede tusschen arbeiders van denzelfden werkgever, Gewerbegerichte ingesteld worden. Dit geschiedt door de gemeenten, die daartoe echter alleen beroeyd , niet verplicht zijn. De wetgever heeft zich gesteld op het standpunt, dat aan de gemeenten moet worden overgelaten te bepalen, of de toestanden in hun gebied de instelling van een dergelijken bijzonderen rechter wettigen en gunstige resultaten van diens werkzaamheid kunnen doen verwachten J).

Het Gewerbegericht bestaat uit een voorzitter en ten minste 2 leden. De voorzitter, die noch patroon noch werkman mag zijn, wordt door het gemeentebestuur benoemd, de leden worden steeds voor de helft door en uit de patroons en voor de andere helft door en uit de werklieden gekozen.

De regeling der procedure is uitgegaan van het beginsel, dat de lei-

') 'Lie hierover nader blz. lOfi en volgende.

i) In Augustus 1895 bestouden iu Duitsclilaud 272 Gewerbegerichte, waarvau alleen in Pruisen 181. Sedert is het aautal nog ecnigszius toegenomeu.

Sluiten