Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van iedere 1(10 leerlingen bevinden zich bii meesters met te veel

leerlingen :

bij de:

molenaars 2

metselaars 2.-1

wevers 3.3

timmerlieden 4.2

glazenmakers 0.9

brouwers 10.3

mandenmakers 10.9

schilders 11.7

pottenbakkers. . . . . 13.5

steenhouwers 16.4

slijpers . 16.8

slagers 18.2

zadelmakers 19.2

behangers 19.3

smeden (vuurwerkers). . . 19.6

wagenmakers 19.7

schoenmakers 19.7

schrijnwerkers 21.2

gemiddeld bij alle ambachten te zamen: 22.1.

Bovenstaande statistieken vertoonen uit den aard der zaak vele punten van overeenkomst met die betreffende het in meerdere of mindere mate voorkomen van leerlingcontracten in de verschillende ambachten. Boekdrukkers en Sehlosser. bij wie het aantal leerlingen in verhouding tot dat der patroons zoo buitengewoon hoog is, onderscheiden zich tevens door het veelvuldig voorkomen van te veel leerlingen in één werkplaats. Ook bij banketbakkers en blikslagers zijn, zij het ook niet in zoo sterke mate, beide verschijnselen vereenigd, terwijl bij de wevers, waar het aannemen van leerlingen tot een minimum is gereduceerd, uit den aard der zaak van misbruiken op dit gebied geen sprake kan zijn.

Buitengewoon afwijkend zijn echter beide statistieken voor de timmerlieden : niettegenstaande volgens kolom 5 op blz. 72 in de bouwvakken een in verhouding tot andere ambachten zeer groot aantal leerlingcontracten wordt gesloten, blijkt toch uit de hierboven gegeven tabellen, dat bij de timmerlieden ecne exploitatie van leerlingen juist in buitengewoon geringe mate voorkomt. De verklaring hiervan moet gevonden worden in de omstandigheid. dat timmerlieden. die leerlingen aannemen, in den regel tevens ten minste een even groot aantal

hij de:

boekbinders 22.3

bakkers 23.2

horlogemakers 24.8

draaiers 25.9

kuipers 28.2

kleermakers 28.9

banketbakkers 34.1

blikslagers 34.8

barbiers 35

boekdrukkers 40.2

Sehlosser 61

Sluiten