Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Innungen Ijepeiken liet aantal der leerlingen, die tegelijkertijd bij één meester mogen werkzaam zijn; in vele Innungen to Berlijn l>.v. mogen niet meer dan 3 leerlingen tegelijk worden gehouden. De bakkers-Innung te Meerane schrijft in liare statuten voor, dat, als niet één g.'zel voortdurend werk heeft, niet meer dan 2 leerlingen mogen worden gehouden. die ten minste 1 jaar na elkander moeten zijn aangenomen.

De Novelle van 1897 voert omtrent dit punt eenige nieuwe bepalingen in.

Het vereischte van 24-jarigen leeftijd voor de bevoegdheid tot het houden van leerlingen is blijkens de memorie van toelichting door den wetgever gesteld met liet doel om tegen te gaan, dat jongelieden, die de noodige bekwaamheid missen, bij liet oprichten eener zaak leerlingen als goedkoope werkk' liten aannemen. Verder bepaalt de Novelle in §128. dat : „indien een leermeester een aantal leerlingen heeft , niet in verhouding staande tot den omvang en den aard van zijn bedrijf, en daardoor de opleiding van den leerling gevaar loopt, de „untere ^ el waltuugsbehörde" hem kan gelasten, een deel zijner leerlingen te ontslaan, en hem liet aannemen van leerlingen boven een bepaald getal kan verbieden". Ongeacht deze bepaling, kunnen door den Bondsraad voorschriften worden gegeven omtrent het maximum-aantal leerlingen. dat in bepaalde ambachten inag worden gehouden. Voorzooverre dergelijke voorschriften niet zijn gegeven, kunnen /.ij ook uitgaan van de regeering der Bondsstaten, terwijl bovendien bij gebreke van voorschriften van den Bondsraad of van de landsregeering, de Handwerkskammern en zelfe <le Innungen «laartoe bevoegd zijn.

h. Ile leerling en de ouder*.

liet schriftelijk contract wordt steeds niet den wettelijken vertegenwoordiger des leerlings (vader of voogd) afgesloten en dus ook door dezen geteekend. (>nderteekening door den leerling zeiven is geen regel (zie o.a. het formulier der saksische Gewerbekamniern, bijlage VI). doch komt wel veel voor. b.v. in het formulier der deutsche Gewerbevereine (bijlage V). In verband daarmede is dan ook de redactie dezer beide formulieren verschillend. In het laatste verklaart de leerling zelf, de verplichtingen tegenover den leermeester op zich te nemen (§ 4), en stelt verder de vader of voogd zich voor alle verplichtingen van den leerling mede als schuldenaar uit eigen hoofde aansprakelijk 9). In het eerstgenoemde formulier daarentegen verbindt zich niet de leerling, maar is alleen sprake van verplichtingen van den vader of voogd.

Enkele Innungen schrijven in hare statuten de mede-onderteekening

Sluiten