Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den leerling uitdrukkelijk voor. Overigens is daar de medewerking van den leerling bij het opmaken van het contract van weinig practisch belang, aangezien het opnemen van nieuwe leerlingen steeds niet eenige plechtigheid in eene algemeene vergadering der lunung geschiedt, bij welke gelegenheid de leerlingen op de verplichtingen, voor hen uit liet contract voortvloeiende , door den voorzitter uitdrukkelijk worden gewezen.

De Novelle van 1897 vordert in § 126// onderteekening èn door den vader of voogd èn door den leerling.

Een geneeskundig attest , dat de leerling lichamelijk geschikt is voor het ambacht, wordt slechts in zeer enkele uitzonderingsgevallen vóór de afsluiting van het contract gevorderd. Wel worden in Innungen, welke een ziekenfonds voor leerlingen hebben, dezen, vóórdat zij daarin worden opgenomen, door een daartoe aangestelden arts onderzocht en eerst daarna in de leerlingrol ingeschreven. Verder bepalen de meeste Innungen in hare statuten, dat alleen leerlingen mogen worden aangenomen. die niet lijden aan lichamelijke of geestelijke gebreken, welke hen ongeschikt maken om liet ambacht te leeren.

V. Verplichtingen van den leermeester.

Bijzondere autoriteiten ter controle van het leerlingwezen zijn in Duitsehland niet aangewezen. Een toezicht over den duur en de zwaarte van den aan leerlingen opgedragen arbeid benevens over de daaraan verbonden gevaren wordt echter in zekeren zin uitgeoefend door de inspecteurs van den arbeid (Gewerbe-Inspection) en ook eenigermate door de plaatselijke politie-autoriteiten.

De arbeidsinspectie is volgens § 139// (i. O. belast met het toezicht op de uitvoering der bepalingen betreffende den arbeid op Zon- en feestdagen, geregeld in §§ 105", 105//, lsle lid, 105c tot 105// G. O., en van alle overige op de bescherming der arbeiders betrekking hebbende voorschriften, nedergelegd in $§ 120» tot 120c G. O. In deze artikelen worden in bijzonderheden voorgeschreven de maatregelen, welke door de patroons moeten worden genomen ter bescherming hunner arbeiders tegen de gevaren, welke leven, gezondheid of zedelijkheid bedreigen. Speciaal wordt daarbij in § 120'- aan patroons, die arbeiders beneden de IS jaar in dienst hebben, de verplichting opgelegd, bij de

Sluiten