Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de overige ambachten komen Lehrwerkstatten nog weinig voor; in 'Ie confectiebedrijven, waar met het oog op de wisselingen der mode eene grondige opleiding een bepaald vereischte is. bestaan /eer enkele Lehrwerkstatten voor kleermakers en schoenmakers: bij de metaal- en li out bewerk en do bedrijven behooren /ij tot de hooge uitzonderingen

De houding der patroons tegenover het vak- en herhalingsonderwijs i« niet altijd even welwillend. Het voorschrift van § 120 G. O., dat de meester den leerling, die eene herhalingsschool bezoekt, daarvoor den noodigen tijd moet vrij geven, heeft natuurlijk weinig nut, wanneer voor den leerling geen verplichting tot bezoek der school bestaat. In dit ge^al ontbreekt alle controle en kan dus tegen meesters, die het hunne ieeilingen in dit opzicht moeielijk maken, weinig worden uitgericht. Doch ook in plaatsen, waar het obligatoire vakonderwijs is ingevoerd, wordt van tegenwerking der meesters nog wel gehoord, zij het dan ook m een zekeren passieven vorm, doordat nl. de meester het werk van den leerling niet altijd zoo inricht, dat deze op het uur, waarop hij naaide school moet gaan, de werkplaats kan verlaten. Dit geldt vooral dan, wanneer het onderwijs overdag wordt gegeven, en inderdaad is de tegenzin der meesters hiertegen niet geheel onverklaarbaar. De belangen van den meester en die der school zullen in deze niet altij.l goed ver_ eenigbaar zijn. Is het voor liet onderwijs wenschelijk, dat de leeraar niet komt te staan voor jongens, die na een geheelen dag hard werken te \erinoeid zijn om van het onderwijs te kunnen genieten, aan den anderen kant brengen de belangen van de werkplaats mede, dat gedurende den geheelen werkdag onafgebroken over de krachten van den leerling moet kunnen worden beschikt

Het behoort dan ook tot de uitzonderingen, indien het onderwijs op herhalingsscholen anders dan 's zondags of in de avonduren wordt gegeven. Op de vakscholen komt het lesgeven overdag meer voor; deze bestaan echter alleen in de grootere plaatsen en worden in den regel door een meer ontwikkeld soort leerlingen (zoons van bazen en gezeten werklieden) bezocht, daar op de meeste dier scholen schoolgeld wordt geheven.

Naar het oordeel van bijna al onze berichtgevers wordt de tegenstand der meesters tegen het vak- en herhalingsonderwijs in de laatste jaren steeds minder. De aanvankelijk speciaal tegen de vakscholen bestaande vooroordeelen zijn meer en meer aan het verdwijnen. In ruime mate

') Zie hieromtrent nader: Paul Scheven, I)ie Lehrwerkstatte, bi/. 370 eu vlgg.

Sluiten