Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mate ruag dan ook . naast gevallen van tegenwerking en onverschilligheid, worden gewezen op belangstelling der meesters in het vakonderwijs en op Invordering hunnerzijds van liet bezoek der scholen. In vele contracten wordt de leerling uitdrukkelijk verplicht, de school geregeld te bezoeken, en verbindt van zijn kant de meester zich, den leerling daartoe de gelegenheid te geven

Deze verplichting van den meester is in de Novelle van 18517 overgenomen: „De leermeester is gehouden, den leerling tot het bezoeken der herhalings- of vakschool op te wekken en het schoolbezoek te controleeren'' (§ 127). In verband daarmede wordt in § 1276. 2ie lid. bepaald, dat de meester het recht heeft den leerling te ontslaan. indien deze nalaat de school te bezoeken.

VI Verplichtingen van den leerling.

>i. AUfiuerne Hf gr li oturin</<'n.

In het algemeen mag zeker worden aangenomen, dat de meester in de tweede helft van den leertijd door den in verhouding goedkoopen en toch goeden arbeid van den leerling voor de in den aanvang geleden verliezen wordt schadeloosgesteld en derhalve gemiddeld in hetgeen de leerling praesteert eene voldoende vergoeding voor zijne moeite en kosten vindt. Ware dit niet het geval. dan zou. zooals door enkelen onzer berichtgevers terecht wordt opgemerkt, de vraag naar leerlingen niet te verklaren zijn en er voor de meesters geen enkele aanleiding bestaan, leerlingen aan te nemen, Zij gaan daarbij toch in de eerste plaats met hun eigen belangen te rade en zullen dus, indien zij zich geregeld met de opleiding van leerlingen bezig houden, daarmede in het algemeen wel rekening maken. Betaling van leergeld is reeds sedert langen tijd geen gewoonte meer. zelfs wordt den leerling in vele gevallen eenig zakgeld gegeven, hetwelk gaandeweg wordt verhoogd. Dat de meester hiertoe in staat is, bewijst voldoende. dat hij hij de transactie geen geld bijlegt en dat speciaal in het latere gedeelte van den leertijd het werk van den leerling waarde voor hem heeft.

Verreweg de meesten onzer berichtgevers erkennen dan ook volkomen, dat

') Zie o.a. § 3, N°. 2 en § -1, 3'i' lid, van liet formulier der Gewerbevereiuc, bijlage V.

Sluiten