Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de met-ster door den arbeid van den leerling voldoende wordt schadeloosgesteld. Deugt de leerling niet, dan zal de meester er natuurlijk bij verliezen. Daartegenover staat echter, dat, indien meester en leerling heiden hun best doen en de jongen geschikt is voor het ambacht, het leerlingcontract voor den meester eene zeer voordeelige transactie kan worden. „Als de jongen maar eenigszins begrijpelijk is en lust in zijn vak heeft, dan is hij in de tweede helft van den leertijd een gezel waard . „Als regel kan men van een leerling verlangen, dat hij in het 81'' jaar een gezel uitspaart". „Een goede leerling is in zijn 3Jl jaar dikwijls meer waard dan een middelmatig gezel, die pas in de werkplaats komt". Aldus de verklaringen van enkelen onzer berichtgevers, waarmede de algemeene opvattingen omtrent dit punt worden weergegeven.

Ken ander wijst in dit verband nog zeer terecht op de omstandigheid. dat bij niet-betaling van leergeld steeds een langere leertijd wordt bedongen; de schadeloosstelling van den meester ligt dus hierin, dat de leerling langer in dienst blijft dau voor zijne opleiding noodzakelijk is . en gedurende dat laatste tijdvak een loon ontvangt, dat niet in verhouding staat tot de waarde van den door hem geleverden arbeid.

De duitsche Rijksdag stelde zich op hetzelfde standpunt, toen hij hij de behandeling der Novelle van 1897 den in het regeeringsontwerp voorgestelden maximum-leertijd van 5 jaar terugbracht tot 4 jaar, daarbij uitgaande van de overweging, dat bij een langeren duur van den leertijd de meester door den arbeid van den leerling zelfs op onbehoorlijke wijze zou worden verrijkt '). Hierin ligt .lus opgesloten, dat bij een leertijd tot 4 jaar de meester een zeer voldoende vergoeding voor zijn moeite en kosten heeft verkregen.

I>. Contractbreuk.

Indien de leerling wegloopt, is volgens § 13a, 2118 lid (i. O. «Ie vader als schuldenaar uit eigen hoofde tegenover den meester tot schadevergoeding gehouden. Daar de ouders in den regel onvermogend zijn. is deze bepaling uit den aard der zaak van weinig practisclie beteekenis. Alleen uit enkele grootere plaatsen — als Frankfurt a. M., Dresdeu. Stuttgart, Karlsruhe, Freiburg i. B. — wordt ons bericht, dat er meestal nog wel iets van de ouders is te halen en in den regel de schadevergoeding goheel of ten deele door hen wordt betaald. Dit zijn echter uitzonderingen. Niettemin heeft het aansprakelijk stellen van de ouders

') Zie hierboven blz. 95.

Sluiten