Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leidt het terugbrengen door de politie tot voortzetting van het contract en wordt het dus in den regel met succès aangewend; slechts dan ziet men er van af, als alle hoop is verdwenen, uit den leerling een bruikbaren ambachtsman te maken; het is vooral daarom zoo practisch, omdat het een omslachtig proces voorkomt. Uit de meeste groote plaatsen wordt ons dan ook bericht, dat van het inroepen van «le hulp der politie een tamelijk druk gebruik wordt gemaakt; heeft echter de leerling bezwaren en beweert hij rechtmatige gronden tot verbreking van het contract te hebben, dan vindt de politie hierin dikwijls aanleiding om van verdere stappen at te zien en de beslissing van den rechter af te wachten.

Dat de bepaling van § 130 in het algemeen in overeenstemming is met de heerschende begrippen, blijkt ook hieruit, dat bij de Novelle van 1*97 (§ 127d) de bevoegdheid der politie in deze nog belangrijk is verscherpt. Op voorstel toch van eenige afgevaardigden is bepaald, dat de politie — niet in geval van weigering het recht heeft — doch in geval van ongemotiveerde weigering verplicht is den leerling met geweld terug te brengen.

Het ligt voor de hand, dat door de patroons dikwijls van de hun bij contractbreuk van den leerling gegeven rechtsmiddelen wordt afgezien, omdat zij de daaraan verbonden onaangenaamheden en moeiten er niet voor over hebben. Enkelen onzer berichtgevers zijn echter van meening, dat zij de hun toekomende aanspraken op schadevergoeding tegenover den vader of den nieuwen meester in den regel doen gelden en deze alleen laten varen, indien het blijkt, dat er niets te halen is.

Contractbreuk van den leerling komt in hoofdzaak voor óf in liet allereerste begin van den leertijd óf in het laatste jaar. In het eerste geval is daarvoor de aanleiding, dat het ambacht den leerling niet aanstaat. m het laatste geval meent hij genoeg geleerd te hebben om elders als gezel of m een fabriek te worden aangenomen en meer te verdienen. De meesten onzer berichtgevers zijn van meening, dat contractbreuk meer voorkomt in het begin van den leertijd. Later komt ze hoofdzakelijk voor. indien bij niet-betaling van leergeld de leertijd langer dan gewoonlijk duurt.

Hoogst zelden gebeurt het, dat de leermeester als zekerheid voor eene eventueele schadeloosstelling storting van een bepaald bedrag bijden aanvang van de leer vordert of wel daartoe een deel van het loon inhoudt. Volgen» § i 19" G. O. mogen kortingen op het loon. tot zekerheid der schadeloosstelling in geval van contractbreuk, bij elke loonsbetaling nooit hooger zijn dan »/4 van liet uit te betalen loon en in het geheel het bedrag van een gemiddeld weekloon niet overschrijden. Op deze bepaling ontbreekt echter eene poenale sanctie.

Wanneer er leergeld wordt betaald, is liet gewoonte, dat een deel

Sluiten