Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen verdienen dan in het ambacht, waarin zij werden gevormd.

Een gunstige invloed op de zeden en gewoonten en het gedrag der jonge werklieden is, naar de meening van velen onzer berichtgevers, van het leerlingwezen niet in voldoende mate uitgegaan. Alles hangt lner trouwens af van de gezellen, met wie de jongen gedurende zijn leertijd m aanraking komt, en van de opvoeding in het ouderlijk huis: indien de laatste niet deugt, kan de leertijd in dit opzicht weinig invloed ten goede oefenen. Alleen indien de leerling hij ,len meester inwoont, zal het opvoedend karakter van het leerlingstelsel ten volle tot zijn recht kunnen komen en zal het in staat zijn ongunstige invloeden van andere zijde te neutraliseeren. Dit alles neemt echter niet weg, dat het leerlingwezen, op zich zelf beschouwd, zeer zeker de strekking zal hebben, het gevoel voor tucht en gehoorzaamheid in de jongens te ontwikkelen, zoodat ook iu dit opzicht een gunstige invloed daaraan niet zal mogen worden ontzegd.

Dat ten slotte het leerlingwezen in het algemeen er toe medewerkt, den materiëelen toestand van den ambachtsman te verbeteren, zal evenmin kunnen worden ontkend. Ongetwijfeld is een goed doorgebrachte leertijd den jongen werkman van nut voor zijn geheele verdere leven en geeft hem het recht hoogere aanspraken op loon te doen gelden. De ambachtsman, die zijn vak verstaat, is er steeds op uit verre te staan hoven den gewonen „unskilled labourer" en gemiddeld zal aan hem een veel hooger loon worden uitbetaald dan aan den arbeider, die slechts te gebruiken is voor arbeid, waartoe geen vakkennis wordt vereischt.

b. (refuiyachrift.

Volgens S 129 G. O. (§ 127r »<><<*) moet de meester bij het eindigen van den leertijd den leerling een getuigschrift geven omtrent den duur van den leertijd, de daarin verkregen bekwaamheid en vakkennis en het gedrag van den leerling, waarbij tevens moet worden vermeld het ambacht, waarin de leerling is opgeleid. In de plaats van deze getuigschriften kunnen komen leerbrieven. afgegeven door Innungen of andere bedrijfsvereenigingen.

Algemeen wordt erkend, dat deze bepaling goede resultaten heeft opgeleverd. De leerlingen hechten waarde aan het getuigschrift, daar dit hun hij het zoeken naar eene betrekking van nut kan zijn. Ook reeds ge< ui• nd» den leertijd is het vooruitzicht op een getuigschrift den leering een prikkel om zijn best te doen en zijn leertijd uit te dienen. <><>i één onzei berichtgevers wordt er nog op gewezen, dat aan het getuigschrift der Innung groote waarde wordt gehecht, omdat op grond

Sluiten