Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gebruiken voor arbeid, die voor zijne opleiding nuttig is, en liem niet langer dan de gezellen aan het werk te houden. Hij is vooits gehouden den leerling kost en inwoning te verstrekken. Gedurende een bepaald aantal jaren moet de meester jaarlijks een vast te stellen aantal leerlingen aannemen.

De duur van den leertijd richt zich in het algemeen naar de in het ambacht heerschende gebruiken en wordt in bijzondere gevallen met den meester overeengekomen.

Aan den meester wordt ter vervulling zijner verplichtingen eene vergoeding uitgekeerd, welker bedrag voor elk bijzonder geval wordt vastgesteld; daarbij wordt rekening gehouden met den aard van het bedrijf, de plaatselijke toestanden, den duur van den leertijd en met hetgeen de meester eventueel van andere zijde als vergoeding voor de opleiding van den leerling ontvangt.

Tusschen den leermeester en den wettelijken vertegenwoordiger des leerlings moet een schriftelijk contract worden gesloten, welks bepalingen niet in strijd mogen zijn met den inhoud der algemeene voorschriften.

Het toezicht op de nakoming der aan den meester opgelegde verplichtingen geschiedt door den plaatselijken Gewerbeverein.

In bijzondere gevallen kan de meester ter aanschaffing van verbeterde gereedschappen of machines een voorschot ontvangen, dat door jaarlijksche aflossingen wordt gedelgd.

Voor het geval dat de meester zijne verplichtingen niet nakomt, behoudt de minister zich het recht voor, het contract naar goedvinden te verbreken, zonder aan een opzeggingstermijn te zijn gehouden, en tevens een boete van ten hoogste 100 M. op te leggen.

Tegelijk niet deze algemeene voorschriften werd ook de inhoud van liet contract, af te sluiten tusschen den minister en den leermeester, vastgesteld. Daarbij wordt overeengekomen omtrent den duur van het contract en liet aantal 'leerlingen, hetwelk gedurende dien tijd moet worden aangenomen, het bedrag der vergoeding voor iederen leerling en den duur van den leertijd. De vergoeding wordt in twee termijnen uitbetaald, voor de helft na afloop van den halven leertijd en voor de andere helft na met gunstigen uitslag afgelegde Lehrlingsprlifung. Indien de meester nog van andere zijde leergeld voor den leerling ontvangt, wordt de vergoeding niet 25 °/o verminderd. He t met den leerling te sluiten contract is aan de goedkeuring van den minister onderworpen. De meester verbindt zich, bij contractbreuk des leerlings gebruik te maken van de door {5 130 G. O. gegeven middelen om den leerling tot voortzetting van het contract te dwingen. Bij tusschentijdsch eindigen van het contract ontvangt de meester zijne vergoeding in verhouding van het

Sluiten