Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als door do leerlingen bezwaar wordt gemaakt tegen het door de Regeering gestelde yereischte, dat de leerling in het huis van den meester moet worden opgenomen. In kleinere plaatsen daarentegen, waar de traditioneele gewoonten meer zijn behouden gebleven en de leerling in den regel nog bij den patroon inwoont, hebben de leerlingwerkplaatsen gemakkelijker burgerrecht kunnen verkrijgen. Zij zijn nu over het geheele land verspreid en zijn vooral in de plaatsen, gelegen in de noordelijke laagvlakte, tot bloei gekomen.

Aan de jaarverslagen over 1889—189t>, ons door het ministerie van binnenlandsche zaken te Karlsruhe toegezonden, ontleenen wij nog de volgende mededeelingen betreffende de „Lehrlingswerkstatten":

„De subsidie aan de leermeesters werd tot dusverre nagenoeg uitsluitend gegeven in den vorm eener bij contract vastgestelde geldelijke uit keering: van het voorrecht. bovendien nog eene ondersteuning ter verbetering der inrichting van de werkplaats te kunnen ontvangen, werd tot nu toe slechts in twee gevallen gebruik gemaakt, hoewel een tamelijk hoog bedrag — tot '/.i der aanschaffingskosten — wordt gegeven en de afbetalingsconditiën zoo gunstig zijn gesteld, dat bij afloop van liet contract ook de schuld gedelgd kan zijn.

„Wat het toezicht op de leerlingwerkplaatsen betreft, had men zich oorspronkelijk voorgesteld, daarmede de plaatselijke Gewerbevereine te belasten. Vele dezer vereenigingen hebben zich met ijver op deze taak toegelegd: over het algemeen is echter weldra gebleken, dat de bestuursleden dezer vereenigingen niet altijd onafhankelijk genoeg zijn en te veel met persoonlijke consideratiën rekening hebben te houden om een krachtig toezicht, beantwoordend aan de beteekenis der instelling, te kunnen uitoefenen. Uit dien hoofde is thans nog wel het onmiddellijk toezicht aan de plaatselijke vereenigingen opgedragen gebleven en daardoor de zekerheid verkregen, dat deze zich althans eenigszins met de werkplaatsen zullen bemoeien en in ieder geval grove overtredingen der algemeene voorschriften of der contractueele bepalingen spoedig bekend zullen worden, doch is daarnaast nog een nader toezicht in het leven geroepen, doordien een technisch ambtenaar der Landesgewerbehalle aangewezen is om de werkplaatsen doorloopend te contröleeren en ze daartoe van tijd tot tijd onverwachts te bezoeken. Ofschoon dit slechts 2 a 3 maal per jaar kan geselleden , werden daarmede toch zeer goede resultaten bereikt; het schijnt wel, alsof reeds het bestaan dezer instelling eene goede uitwerking heeft. Deze inspecties, bij welke, zoo 't eenigszins mogelijk is, de bestuursleden van den plaatselijken Gewerbeverein worden meegenomen, bepalen zich natuurlijk niet tot het bezoek aan de werkplaats en tot een onderhoud met den meester en den leerling; de inspecteerende ambtenaar

Sluiten