Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerlingen slechts van 10 het werk niet voor eene bekroning in aanmerking kwam.

„Het spreekt wel van zelf, dat, zoolang de noodige ervaring nog ontbrak , hier en daar enkele misstanden voorkwamen. Zoo werd in den beginne bij de keuze van leerlingen niet altijd de noodige omzichtigheid in acht genomen en werden jongens aangenomen, die niet geschikt waren cm een ambacht te leeren of die te oud waren; ook werd door enkele armbesturen getracht, zich van de op hen rustende verplichtingen door middel der leerlingwerkplaatsen te ontslaan. In deze beide richtingen kon men door eene waarschuwing aan de Gewerbevereine en-door een nauwkeurig onderzoek der voorgelegde leerlingcontracten gemakkelijk het kwaad verhelpen, daarentegen moest men in twee gevallen, waarin de patroons door liet aannemen van meerdere leerlingen boven het getal, waartoe zij volgens contract verplicht waren, zich in erge mate aan z.g „Lelirlingszüchterei" schuldig maakten, tot ontbinding van het contract overgaan, terwijl een herhaling hiervan is voorkomen, doordat thans het aannemen van meerdere leerlingen bij contract van de toestemming des ministers wordt afhankelijk gemaakt. Ook tekortkomingen in de verplichtingen ten aanzien der leerlingopleiding kwamen af en toe voor: deze waren meestal echter van lichten aard. zoodat zij door een waarschuwing of oplegging eener kleine boete konden worden afgedaan. In zulke gevallen werd dan in het vervolg meermalen het contract niet vernieuwd; tot onmiddellijke ontbinding van het contract op dezen grond bestonden slechts termen in zeer enkele gevallen.

„De geleidelijke ontwikkeling der leerlingwerkplaatsen blijkt hieruit, dat, ofschoon ten gevolge van meer aanbod de aan de meesters uit te keeren subsidie gaandeweg kon worden verlaagd — zij bedraagt thans gemiddeld 232 M. per leerling — tocli de totaal-kosten in de jaren 1889—1896 van 5000 M. tot 12000 M. per jaar vermeerderden".

Het instituut der leerlingwerkplaatsen bestaat nog te kort en het aantal der jaarlijks ontslagen leerlingen is nog te klein (c\ 40 tot 60), om reeds van een gunstigen invloed op liet geheele ambacht te kunnen spreken. \ oorloopig zijn nog slechts bescheidener resultaten te constateeren, welke echter ruimschoots voldoende zijn om deze proefneming als volkomen geslaagd te doen beschouwen en van hare verdere ontwikkeling de beste verwachtingen te geven. Vermelding verdient nog, dat volgens een ingesteld onderzoek nlle uit de leerlingwerkplaatsen ontslagen leerlingen tot dusverre aan het ambacht zijn getrouw gebleven; de jongens zijn zeer gezocht en vinden spoedig goede betrekkingen, velen zijn na hun ontslag onmiddellijk in dezelfde werkplaats als gezel aangenomen.

Het door Baden gegeven voorbeeld is in de laatste jaren ook in

Sluiten