Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pers geregeld volgende, ken ik de klippen, die zich hierbij voordoen; ik heb gemeend, het eenzijdig doktrinarisme, dat ook thans nog bezig is in de Duitsche Partij zulke verwoestingen aan te richten en het partijleven te bederven, evenzeer te moeten weren, als een even eenzijdige en gevaarlijke alledags-politiek, zoo in de vakbeweging als in het parlement, die het vaste stuur ontbeert, dat de wetenschap van den klassenstrijd ons geeft.

Wie dit bedenkt, die zal inzien, dat aanvallen van intellektueele zijde, die niet alleen dien eenzijdig doktrinairen geest ademden, doch ook mij trachtten in te deelen bij de volgers dier alledags-politiek, voor mij nog iets anders, iets meer beteekenden, dan lastige kritieken op mijn persoon. Eenerzijds riepen zij mij in 't geweer, om mijne taak tegenover de partij te vervullen; anderzijds dwongen ze mij tot persoonlijk verweer, om mij niet te laten afdringen van mijn eigen standpunt, het standpunt alleen, waarop ik in staat was, de mij toevertrouwde leiding in dit opzicht te voeren.

Ik heb mij verder steeds voorgesteld, van H e t V o 1 k te maken het orgaan van de verschillende theoretische en politieke krachten der Partij. Het blad moest populair geschreven, licht te begrijpen zijn; onze theoretische opvattingen moesten meer al3 vonken spatten uit korte aktueele artikelen, dan in beschouwende opstellen aan de lezers voorgelegd, zouden zij door den gewonen lezer, buiten de bewuste kern der Partij, worden gevoeld. Dezen arbeid had ik voor de redaktie zelve bewaard. Maar om de partijgenooten in engeren zin meer theoretisch op te voeden, ben ik de krant begonnen met een wetenschappelijk Zondagsblad, waartoe ik de medewerking van de partijgenooten van de Nieuwe T ij d-groep had ingeroepen en verkregen.

Aldus heb ik hen in de gelegenheid gesteld, in de Partij het Marxisme te propageeren en daarmede een stevigen theoretischen ondergrond in de Partij te leggen. Het bleek, dat ik met dit Zondagsblad het wetenschappelijk verteringsvermogen van het gros der partijgenooten te hoog had aangeslagen. Het Zondagsblad moest voorloopig worden gestaakt. Ik had het later, in anderen vorm, gaarne weer doen verschijnen; maar intusschen was door de eigenaardige wijze, waarop het debat over de verschilpunten tusschen de N. T.-groep en mij was gevoerd, het intellektueele deel der Partij vrijwel van mij en ik van hen vervreemd, zoodat ik geen roeping gevoelde, dat deel mijner taak weer op te nemen.

Dat het besef dier vervreemding en van haar noodlottigen invloed op dat orgaan, waarin ik alle krachten voor den bloei der Partij had willen organiseeren, bij mij de vraag moest doen rijzen, of ik onder zulke omstandigheden mijne taak wel kon blijven vervullen, ligt voor de hand.

Wat het derde punt betreft, nl. dat v. d. Goes in zijn oordeel over de gevoerde polemieken te veel den politiek en en organisatorischen kant over het hoofd ziet — ik kan gemakkelijk aantoonen,

Sluiten