Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vakarbeiders propaganda te maken., Het was met name de voorgenomen reorganisatie van hetN. A. S., die mij verplichtte, als redakteur van het partijorgaan in deze zaken stelling te nemen. Pogingen, om van het Partijbestuur in deze kwestie eenig initiatief te doen uitgaan, waren afgestuit op de overtuiging van de meerderheid zijner leden, dat de Partlij deze zaken aan de vakbeweging zelve diende over te laten.

Om de moeilijkheid van mijn arbeid in dezen goed te begrijpen, dient men te weten, dat de meeste soc. dem. leden der vakvereenigingen zich kalm lieten terroriseeren door de anarchisten, zich neerlegden bij het begrip ,,neutraliteit" van het N. A. S. en dientengevolge schroomden, in de vakorganisatie op te komen tegen de heerschende meening, alsof de S. D. A. P. voor haar gelijk zou staan met elke andere politieke partij en dat het reeds daarom noodig was, een ,,neutraliteit", die bestond in een ontkenning van het proletarisch karakter onzer Partij, te bestrijden. Steun van de vakmannen had ik hierbij zeer weinig; zij die zich over deze zaken uitlieten (o. a. H. 'Polak, Spiekman, Loopuit en Van der Tempel) dachten zeer verschillend en even weinig eenheid, als er over de verhouding der vakbeweging tot onze Partij was onder de Nederlandsche sociaaldemokraten, bestond er onder de Duitsche sociaaldemokraten, die destijds eveneens hel) onderwerp hevig bediskussiëerden (Zie o. a. de verzameling opstellen van Bebel, von Strobel, von Elm, Kautsky en Bernstein, in 1900 bij Soes uitgegeven).

Mijne meening kwam praktisch neor op deze twee punten: voor de inwendige verbetering der vakorganisatie als zoodanig, om haar te verlossen van den gpeep van het anarchisme in het N. A. S. is noodig, dit door een beter vakverbond te verdringen — om de ontwrichte verhouding der vakbeweging tot de sociaaldemokratie weer in het lid te brengen, is noodig, propaganda te maken voor het denkbeeld eener duurzame samenwerking voor direkte algemeene arbeidersbelangen in een verbond van vakvereenigingen, arbeiderskoöperaties en S. D. A. P., waarin elk op zijn eigen terrein geheel zelfstandig zou zijn.

De kwestie van een nieuw Vakverbond werd aktueel in Januari 1901, toen een reorganisatieplan van het N. A. S., dat dit lichaam feitelijk stelde in plaats van de politieke arbeiderspartij, bij referendum was aangenomen. In H e t V o 1 k van 22 Januari wendde ik mij daarom tot den A. N. D. B., waarop aller oogen zich richtten, om het initiatief te nemen tot de oprichting van een Vakverbond. Naar aanleiding eener desorganiseerende circulaire van het N. A. S. aan de afdeelingen van den Timmerliedenbond, stelde Polak in het Weekblad van den A. N. D. B. de vraag (zie Het Volk, 3 Febr. 1901), of dat ongehinderd moest voortgaan en hij voegde er aan toe, dat het thans meer dan tijd was voor de poging, om de voornaamste bonden tot een Federatie te vereenigen.

Sluiten