Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kwestie werd in den loop van het jaar verder behandeld in de S. D. O. V., de K r o n i e k en de Nieuwe T ij d ; ook in Het Volk, waarbij echter de redaktie voorlooping een afwachtende houding aannam, daar zij, zooals ik onmiddellijk had verklaard, eerst eens verschillende meeningen uit de Partij wilde hooren, alvorens zelf konklusiën te trekken.

Om nu de aanvallen, die ik in den hierop gevolgden strijd van een deel der partijgenooten van deNieuwe Tijd heb te verduren gehad, goed te waardeeren, is een overzicht van de verschillende geuite meeningen noodzakelijk.

Men vindt dit overzicht in Het Volk van 21 Decbr. 1901, (no. 529) in een artikel, waarin ik de motie der afdeeling Amsterdam van de S. D. O. V. aan een kritiek onderwerp. Deze afdeeling wilde de algemeene vergadering dier ereeniging laten besluiten, dat het de plicht der Nederlandsche sociaal-demokratie was, te ijveren tegen de vrije school; dat het geven van geld voor bijzondere scholen met een godsdienstig karakter moest worden afgekeurd, als strijdig met het private karakter van den godsdienst! en dat de algemeene openbare staatsschool, neutraal in godsdienstig en politiek opzicht, verplicht moest worden gesteld.

Mijn artikel volgt hier (H e t V o 1 k van 21 Dec. 1901, no. 529):

Hoewel in dit artikel geene uitvoerige behandeling willende geven van de kwestie der vrije school, meenen wij tocli de aanneming dezer motie aan de algemeene vergadering der S. D. O. V. beslist te moeten ontraden

Dit doende meenen wij te staan op het standpunt van den klassenstrijd, dat in den staat van heden slechts eene machtsinstelling ziet der bezittende klasse en hem allerminst als de aangewezen opvoeder van de kinderen der arbeidende klasse kan beschouwen.

Met Marx zijn wjj van oordeel, dat èn Staat èn Kerk beide zooveel mogelijk buiten de bepaling van het karakter, den geest van het onderwijs moeten worden gehouden: waaruit dus voortvloeit, dat wij uit beginsel voorstanders zijn der vrije school, waarvoor de materieële middelen door den staat worden verstrekt — hetzelfde wat wij, op andere gronden, in no. 307 van dit blad hebben betoogd

Maar afgezien van deze beginselkwestie komt het ons voor, dat de strijd, door ons tegen het reeds bestaande subsidie-stelsel te aanvaarden, indien deze motie wordt aangenomen, èn van liet standpunt van den klassenstrijd, èn met liet oog op de politieke geschiedenis van ons land, een reaktionair karakter zal dragen Reaktionair, daar de ontketening van den schoolstrijd, die jarenlang een welkome gelegenheid was voor de burgerlijke partijen, om èn liet kiesrecht, èn de arbeidswetgeving te laten rusten, dan opnieuw de geesten in beslag zal nemen, de politieke agenda zal beheerschen en eene zoo hoog noodige sociale wetgeving in den weg zal staan.

Reaktionair, omdat den machthebbers niets aangenamer kan zijn, dan van onzentwege een strijd tegen het godsdienstig onderwijs als een wig te zien drijven in de arbeidende klasse van Nederland. Den priesters en christenstaatslieden, die onze partij steeds op dat terrein trachten te lokken, zouden wij geen grooteren dienst kunnen bewijzen.

Sluiten