Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reaktionair ook, omdat dit streven lijnrecht ingaat tegen de politieke geschiedenis van Nederland sedert liet begin der vorige eeuw; ingaat tegen historische feiten, die ondanks druk en dwang van boven zich uit de gewetens van een groot deel van ons volk hebben ontwikkeld; ingaat tegen een stelsel, dat als uiting van een (in verouderde vormen gekleed, maar desniettegenstaande even krachtig en rëeel) idealisme van honderdduizenden arbeiders en „kleine luyden" van ons land, bezig is, de overwinning te behalen op het staatsmonopolie. dat door de geschiedenis ten onzent veroordeeld is.

Laten wij hieraan toevoegen, dat nóch de politieke mannen der partij, nóch eene der vele partijgenooten buiten de onderwijzers, die in Nieuwe Tijd en Kroniek zich over de verhouding tusschen staatsen bijzondere school hebben" uitgelaten, het standpunt der motie in deze deelen.

P. L. Tak laat in 't midden, of de vrije school op den duur mogelijk zal zijn; doch wil in elk geval volkomen vrijheid van geestelijk leven, met eerbiediging van die van anderen. Hij acht het voor de ontwikkeling van het proletariaat noodig, het peil van het onderwijs op te voeren en meent, dat het proletariaat dit kan doen door invloed uit te oefenen op de staatsschool, die op haar beurt het peil der bijzondere school zal opdrijven. De staatsschool acht hij daarom nog vrij lang noodig en de onmisbare voorwaarde van wat misschien de vrije school van een later tijdperk kan zijn.

Hij ziet intusschen geen enkele reden, waarom de overheid aan de bijzondere school, die aan dezelfde eischen zou voldoen als de openbare, een cent minder zou uitkeeren (N. T. April 1901). Met deze beschouwing vereenigt zich de redactie van de Nieuwe Tijd in No. 328 van De Kroniek.

Van der Goes, aannemende dat de invloed der Kerk de banden der arbeiders met de bourgeoisie bestendigt, meent dat deze banden niet door middel van het staatsgeweld kunnen worden verscheurd, wat beneden de waardigheid zou zijn van een partij als de onze, die allerminst tegenover een deel van liet proletariaat het staatsgeweld zou mogen aanwenden |(Kroniek 327).

Loke achtte het optreden der liberalen in zake de christelijke school ontaktisch en had meer succes verwacht, indien zij alle kerkgenootschappen geld hadden gegeven uit de Rijksmiddelen, om scholen in te richten, zooals zij die verkiezen: hij was voorstander van de vrije school en achtte het niet onmogelijk, dat indien wij ook onze scholen zouden willen oprichten, de kerkelijke partijen tot de neutrale school zouden worden bekeerd, (Kroniek 331).

A. P.(annekoek) is, evenals Loke, voorstander der vrije school, de eenige, waar èn onderwijzer èn kinderen hunne persoonlijkheid kunnen ontwikkelen en meent, dat de schoolraden van het Land. Onderwijskongres kiemen van organisaties der vrije school kunnen zijn (Kroniek o31).

S. L.(inderaan), hoewel tegen Loke en A. P. in sommige opzichten opkomende en geen heil ziende in aparte socialistische scholen — terwijl hij zelfs in de openbare staatsschool een wegbereider ziet voor het socialisme —, wil uit praktische overwegingen de school met den Bijbel niet tegenwerken. „Reeds te lang heeft de Reactie gebruik gemaakt van den schoolstrijd, om de godsdienstige arbeiders van hun proletarischen plicht af te houden," zegt hij. Men kan de kapitalis-

Sluiten