Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zelfde geest spreekt uit mijn „uitkijkje" in H e t) V o 1 k van 10 Maart (»), geschreven den dag voor mijn interpellatie, getiteld: Blijft nuchter enwaakt!

Inmiddels waren de dwangwetten in de afdeelingen behandeld en onze mannen hadden er voor gezorgd, de Regeering voor hare Memorie van Antwoord zóóveel werk te geven, dat deze moeilijk voor Paschen zou kunnen gereed zijn. Men leest dan ook in Het Volk van 11 Maart:

De dwangwetten. Wanneer men bedenkt (lat de Katholieke lieer Nolens voorzitter is van de commissie van rapporteurs over de drie wetsontwerpen, zal men het gewicht van zijn volgende uitlating in de Venlosche Courant begrijpen:

„Thans is de Tweede Kamer aan het woord.

Maar nog eerst in de afdeelingen.

De Nederlandsche wetgever gaat niet over ijs van één nacht. ^ an overrompeling, overhaasting, kan moeilijk sprake zijn. En dat is vooral bij aangelegenheden als deze, waarbij kalmte zoo hoog noodig is, een voordeel

Het afdeelingsonderzoek, dat in een van de vijf afdeelingen langer geduurd heeft dan vijf dagen, vindt uiting in een Yoorloopig Verslag, waarop de Regeering een schriftelijke Memorie van Antwoord laat volgen. Eerst dan komen de voorstellen in openbare behandeling. Bij den omvang, dien het onderzoek genomen heeft, is het niet zeer waarschijnlijk dat deze openbare behandeling nog voor Paschen kan plaats hebben. Immiddels kan uit de schriftelijke behandeling blijken dat de bewoordingen der artikelen tet ruimer toepassing aanleiding zouden kunnen geven, dan de bedoeling is. Wijziging is dan nog altijd mogelijk.

Ook zou kunnen blijken dat de billijkheid vordert, dat de invoering van de beide artikelen worde uitgesteld.

Intusschen valt het te betreuren, dat de spanning en agitatie voortduurt."

Dit laatste vindt ook het Hbld., dat het daartegenover nu maar eens met den meest ordinairen laster zal beproeven:

„Het is menigeen der leiders er blijkbaar om te doen, door hun woeste taal niet alleen de werklieden te prikkelen, maar ook de regeering en de rustige burgerij. Te prikkelen namelijk tot het invoeren van scherpe maatregelen, welke diezelfde leiders bestrijders. Zij hopen daardoor de uitbarsting te verhaasten, waarvan zij hun zegepraal verwachten. Door het doorzetten van de strafbepalingen onveranderd en onverwijld, zal men dus juist in de kaart spelen van die leiders "

Mijn interpellatie op 10—11 Maart beoogde in verband met de strooming naar uitstel der behandeling van de wetten tot n a de de enquête, die onder de liberale burgerij bestond en in 't adres Bergh zijn uitdrukking vond, de Kegeering óf te noodzaken, aan

0) Hoe weinig Tak zich had ingewerkt in mijn optreden gedurende de staking, waarop hij op 't Eongres te Enschedee kritiek oefende, blijkt hieruit, dat hij zich beroept op dit artikel van 10 Maart, als het begin eener veranderde taktiek (zie Kongresverslag blz. 3).

Sluiten