Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekere dosis gevoel van eigenwaarde heb ik noodig voor mijne taak naar buiten; dat ik het ook i n de Partij wensch te behouden, ligt voor de hand.

Nog minder geneigdheid, om die zweep te hanteeren en de „vlammende artikelen" te schrijven, die men van mij verlangde, kon ik hebben na de toelichting, die Mevrouw Holst en Tak van dat baantje gaven. De laatste zag ,,hct zwiepende artikel graag een enkele maal, maar zou het niet te dikwijls willen zien. Het is de vraag of het superieure propaganda is. of het beklijft, of het op den duur grondslag en inhoud geeft aan de Partij." De .•man van de leidsels" zegt hier dus tot het jongetje met de zweep, dat hij, omdat men 't nu eenmaal wil, wel eens klappen mag, maar niet' te \aak. En Mevrouw Holst lichtte de zaak aldus nader toe:

„Tak is uitstekend voor de algemeene leiding. Hij heeft vastheid, kennis, een fond, maar juist daardoor niet de eigenschap om de vlammende artikelen te schrijven, die worden verlangd Men moet

kiezen tusschen het vlammende en het zwiepende, en tusschen de muurvaste leiding."

Gelukkig voor de spreekster kan zij in dezen voor zich zelve een uitzondering maken, daar Gorter reeds te voren haar had voorgesteld als het unicum in de Partij, waarin het weten en het voelen vereenigd waren.

Daar echter in hare woorden de tegenstelling tusschen Taken mij werd aangegeven, kan ik een dergelijke gunstige uitzondering niet voor mij laten gelden.

Zelden is dan ook de leider eener Partij zóó in den grond voor al, wat de leiding betreft, door partijgenooten onbekwaam verklaard als ik bij die gelegenheid. Immers hoe kan eenig onderdeel van die leiding aan iemand worden opgedragen, wien men „vastheid, kennis, een fond" ontzegt, ontzegt juist op grond van die eigenschap, die hem in de Partij tot heden als een deugd werd aangerekend, doch die hier met zuivere bourgeois-maat werd gemeten?

Mijn eenige troost over deze grondige afbraak mijner partijpersoonlijkheid is, dat zij, die zich daarbij zoo kras uitlieten, dat noodig hadden voor het door hen beoogde doei en. was slechts het doel bereikt, op eens uit een ander vaatje begonnen te tappen.

Of zou men nu waarlijk meenen, dat iemand zonder „vastheid,

kennis, een fond" „voor politiek leider uitnemend geschikt"

zou zijn (Pannekoek) en zou men diens aftreden als zoodanig ooit kunnen beschouwen als de „grootste ramp voor de Partij" fv d. Goes)? J v

Dat Tak, toen de aandrang dezer partijgenooten door dien van eenige, met de omstandigheden niet voldoend bekende arbeiders werd ondersteund, genegen was de op een kier staande achterdeur geheel te openen, is behalve als menschelijke zwakheid,

Sluiten