Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wetenschap, dat mijne leiding niet werd gewild, werkte hiertoe niet weinig mede.

Tot het streven, om de leiding aan anderen over te laten, droeg ook de ziekte bij, die mij begin 1905 eindelijk dwong, in 'tbuitenland rust te nemen. Maar toen ik, grootendeels hersteld, in April 1905 terugkwam, was ik bezield met nieuwe lust, om de oudetiaak weer op te nemen, gloeide ik van datzelfde jonge idealisme, dat mij vóór dertien jaren naar Utrecht dreef. Ik wilde grooter offer brengen aan de Partij, dan men wel heeft vermoed; ja, twee waren er, die zich zoo noodig de grootste offers wilden getroosten, opdat ik weer alles kon zijn voor de Partij. In die stemming betrok ik mijn derde verdieping in ,,de Pijp" te Amsterdam; in die stemming had ik, mits gedragen door het vertrouwen en de medewerking der beste partijgeuooten, dit jaar goede dingen tot stand kunnen brengen.

Dit) alles heeft men niet gewild — toen heb ik mij weer teruggetrokken, aan anderen het werk overlatende, dat men mij niet toevertrouwde — en hopende, dat zij het beter dan ik het vermocht, zouden volbrengen.

Men moet nu van m ij niet verwachten, dat i k mij zal verlustigen in het! tooneel van anarchie en desorganisatie, dat onze Partij dit jaar heeft te aanschouwen gegeven. Maar er over zwijgen, ware struisvogelpolitiek.

Beschouwen wij eerst het part ij-o r g a a n. Gaf het na de verkiezingen eenige leiding? Helderde het tijdig de ideën der partijgenooten op bij de elevatorkwestie te Rotterdam, de bekende sigarenmakersstaking en de uitsluiting in de bouwvakken te Amsterdam? Trachtte het in inwendige partijzaken, bijv. de kwestieVan Gils, de kontributieregeling enz. eenige voorlichting te geven?

En wat was de houding van het orgaan in zake de nieuwe agitatie—Arbeidskontrakt ? Was er overeenstemming tusschen Tak's optreden in de Kamer en dat in het blad? Op 12 Febr. '05 werd door hem namens het P. B. een motie voorgesteld, die niet brak met de aktie tegen het eerste ontwerp, daar zij al weer de inschakeling in het burgerlijk wetboek — noodzakelijk wegens den aard van het arbeidskontrakt en dus niet te gebruiken als wapen tegen het ontwerp — vooropstelde. Toch had deze motie een gewijzigde agitatie niet in den weg gestaan, indien Tak haar niet had toegelicht op een wijze, waardoor zij werd geplant op hèt ,,principiëele" en „vaste" standpunt der eerste agitatie en waardoor het steile afwijzende karakter dier eerste agitatie, op grond van het privaatrechtelijke der regeling, aan de beweging tegen het gewijzigd ontwerp weer werd opgelegd.

Het ware nu de tijd geweest, de reeds behaalde overwinning der agitatie te boeken. Maar dit kon men niet doen, als men tegelijkertijd het gansche ontwerp principiëel bleef verwerpen. Men kon wijzen op de belemmering tegen de vakbeweging,

Sluiten