Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geef dus het P. B. in overweging, de noodige 9tappen te nemen, opdat reeds dezen winter, liefst vóór December nog in de groote steden, in deze richting een aktie worde aangevangen. Men kan beginnen met een manifest aan de arbeiders, dat de zaak principieel op pooten zet, hen wijzende op de beteekenis van hun stemmen op 28 Juni en op de konsekwenties, daaruit voor hen en de regeering voortvloeiende leen manifest, dat ik aanbied, desverlangd te ontwerpen). Verder de afdeelingen aanschrijven, om vergaderingen als door mij bedoeld te beleggen en hun een motie toe te zenden ter aanneming op hunne vergaderingen".

Ik voegde hieraan toe, dat de aktie, hier ontvouwd, slechts gold voor dezen eersten winter. Het was mijne bedoeling, dat intusschen enkele der hier genoemde punten door deskundigen in overleg met de vakvereenigings-mannen nader zouden worden uitgewerkt, opdat een meer speciale propaganda over die onderdeelen, degelijk voorbereid, zou kunnen volgen.

Mijn voorstel werd in de Octtober-vergadering van het P. B. aangenomen; ik ontwierp een manifest en zond dit aan het P. B., dat het in zijne bijeenkomst van 21 November 1905 behandelde. Het mocht echter niet de goedkeuring van het P. B. verwerven: het was te lang en droeg volgens het P. B. ook „door zijn stijl niet het karakter van een manifest". Wat mij echter verhinderde, aan den wensch, om het manifest om te werken, gevolg te geven, was de eisch, om de vrij uitvoerige inleiding, waarin ik mijne konklusies trok uit den strijd tegen Kuyper op 28 Juni, ,,te laten vervallen en daarvoor in de plaats te geven een zeer korte inleiding, waarin echter in elk geval de bewering moet worden vermeden, dat de part ij Kuyper wilde laten vall en. Afgescheiden toch van de overweging", aldus schreef mij de sekretaris van het P. B., ,,dat dit) inderdaad zoo is, zou het toch niet goed zijn, dit te zetten in een manifest, uitgaande van het partijbestuur, waar in de Partij zelf omtrent de al of niet' juistheid hiervan geen eenstemmigheid heerscht."

Hierop antwoordde ik:

„Tegen het verkorten van het manifest, in den geest als dat gevraagd wordt, zou ik geene bezwaren hebben. Wèl tegen 't supprineeren (weglaten) van wat ik schreef ter motiveering van ons optreden bij de herstemmingen. Om twee redenen: lo. omdat daarop mijne speciale houding in zake dit Ministerie steunt, het dus een essentieel element is, niet slechts in mijn betoog, maar in mijn gansche politieke optreden jegens dit ministerie: 2o omdat ik niet kan meegaan met het argument, dat men op zichzelf ware dingen niet mag zeggen, omdat een (in dit geval heel miniem) deel der Partij de waarheid daarvan niet erkent of inziet. Van zulk een standpunt toch houdt alle „leiding" op. Om deze reden geef ik in overweging, een ander met de samenstelling van het manifest te belasten. Ik zal mijn concept, met de noodige vormveranderingen, in een paar artikels gebruiken voor onze pers." •)

In 't voorbijgaan heeft de lezer thans gelegenheid op te merken, wat er terechtkomt van een „vaste leiding", zoodra mannen

!) Men kan deze artikelen vinden in Het Volk van 25 en 26 November 1905.

Sluiten