Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraak" van het P. B. minder dan die eener door partijen gekozen kommissie, omdat één der partijen de onkieschheid heeft begaan, aan de verhandelingen deel te nemen, al heeft hij zich dan ook van stemming onthouden.

Over de „zaak-Wijnkoop" is reeds stof genoeg opgejaagd en het is m. i. overbodig, nogmaals te bewijzen, waarom het P. B. zich niet had moeten laten leenen, om invloed uit te oefenen ten gunste der partikuliere belangen van dien partijgenoot. Natuurlijk is het niet de bedoeling van het P. B. geweest, dat te doen; het meende, op die wijze een schandaal te kunnen voorkomen. Maar juist dat Wijnkoop van plan was, dat schandaal op touw te zetten, als hij zijn zin niet kreeg — juist d a t had voor 't P. B. een reden moeten zijn, om tegenover dat medelid een geheel andere houding aan te nemen, dan het gedaan heeft.

Ik stap hiermede af van het P. B., om naar aanleiding der zaak-Wijnkoop een algemeene opmerking te maken. Zij is deze, dat in die zaak het individualisme, dat zich voornamelijk onder ultra-marxistische vermomming de laatste jaren zoo noodlottig in de Partij heeft ontwikkeld, tot een zeer leelijke, maar toch gelukkige uitbarsting is gekomen.

Individualistisch is steeds het optreden geweest van de groep Pannekoek-Gorter, waar zij zelfs op de meest ongelegen oogenblikken hun persoonlijke leiding als de eenig ware stelden, tegen de partijleiding. Individualistisch is het, bij verschil van meening de eerste vertrouwensmannen der Partij in hun gansche opvatting, in hun politieke betrouwbaarheid aan te tasten, zonder te vragen, of hun daardoor de arbeid voor de Partlij ook onmogelijk zal worden gemaakt. Individualistisch is het, zooals Pannekoek deed naar aanleiding der herstemmingen, niet slechts de partijleiding, maar zelfs de Partij in haar geheel, de grofste beleedigingen toe te werpen, die door den vijand met graagte opgeraapt en tegen haar gebruikt worden. Individualistisch was het optreden van Van der Goes, toen hij het zakelijke in mijn artikelen van den vorigen zomer aan zijn laars lapte, in die artikelen niets zag dan een uiting van persoonlijke slechtheid en geen ander antwoord had dan een aanval op mijn eer.

Dit soort van individualisme, dat de eenheid in de Partij opoffert aan de zucht, om haar onder alle omstandigheden zijn eigen meening op te dringen, moet bij minder hoog aangelegde naturen leiden tot gevallen als dat van Wijnkoop, die zijn eigen m e e n i n g vormt, waarschijnlijk onbewust, onder den invloed van zijn eigen belang en het) zeer noodlottig zou achten voor de internationale sociaaldemokratie, als die meening niet boven de waardigheid en de eenheid der Partij wierd gesteld, al moest hiervoor ook een schandaal zonder weerga worden aangericht.

Dit individualisme bederft ons orgaan, dat behalve aan vele andere kwalen, sterk laboreert aan de schrijfzucht van allerlei partijgenooten, die niet slechts meenen, op eiken indruk dien zij ont-

Sluiten