Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hard moeten vallen; de hoofdoorzaak van alle twist en tweedracht is gelegen in de besliste onbruikbaarheid van Troelstra als leidend redakteur.

l)it moge eenigszins hard klinken, toch berust dit oordeel op de volledige erkenning van Troelstra's machtig talent als propagandist en de onovertreffelijke wjjze waarop hij als Kamerlid gearbeid heeft. Juist in die speciale groote talenten schuilt zijn ongeschiktheid als leidend redakteur van ons dagblad. Geboren strijder moet hij steeds geplaatst worden, tegenover den vijand, en hij zal, zooals we gezien hebben, reuzenarbeid verrichten; maar juist die eigenschappen hebben tot gevolg gehad, dat Troelstra, optredend als redakteur, in den kortst mogelijken tijd een eensgezinde partij in volkomen verwarring bracht. Een groote verbetering zal het dus wezen, wanneer Troelstra zich alleen wijdt aan de taak waarvoor hij zoo volkomend berekend is: het bestrijden der tegenstanders van het socialisme.

De hoofdredaktie van „Het Volk" in andere handen, dit is de eenige oplossing om de eenheid te herstellen en ons dagblad meer propagandistisch en leesbaar te maken voor alle arbeiders, die den klassenstrijd voeren willen. Voor breedvoerige behandeling van theoretische geschilpunten is „De Nieuwe Tijd" het aangewezen blad.

Bij zijn benoeming tot redakteur op het kongres te Rotterdam eischte Troelstra van zijn partijgenooten openhartige mededeeling, wanneer hen bleek, dat hij voor die taak niet geschikt was. Voor het noodzakelijke van deze mededeeling is, gegeven het resultaat van zijn optreden als redakteur, het oogenblik, meen ik, gekomen. („et^ DE

BIJLAGE VIII.

Het Volk, 10 Maart 1903.

Artikel Troelstra.

„De beweging, door de dwangwetten van dr. Kuyper onder de arbeiders gewekt, overtreft in kracht en revolutionaire gezindheid alles, wat tot heden in de Nederlandsche arbeidersbeweging heeft plaats gehad.

De agitatie, door het Comité van Verweer op touw gezet, slaagt uitmuntend; de meetings der christelijke verraders der arbeiderszaak worden geregeld omgezet in propagandavergaderingen tegen de Regeering; de geest van verzet tegen den aanslag op de vakbeweging groeit overal — het gaat goed zoo !

De groote protestdag van gisteren heeft de kroon op dit alles gezet en wanneer morgen de Kamer bijeenkomt om den toestand te bespreken, zal het haar onmogelijk zijn de oogen te sluiten voor het feit, dat die toestand hoogst ernstig is.

De leiders der beweging kunnen thans het aangename besef hebben, dat het niet meer noodig is, de massa op te wekken; zij is reeds opgewekt, haar revolutionair instinkt ontwaakte en zij is tot groote dingen in staat.

Wat den leiders der beweging thans te doen staat, is veel meer: te zorgen,

Sluiten