Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naaraste, althans de officieele reden, vervallen zijn, waarom ik een paar jaar geleden me als red v. h. Volk heb teruggetrokken Daar waren er echter nog andere; vnl. de scheiding, die sinds 't Kongres te Utrecht tusschen „de intellektueelen" en mij is gekomen, de tegenwerking, van dien kant openlijk en bedekt ondervonden. Ik kon daardoor mijn oorspronkelijk plan, van 't blad een middel tot organisatie der intellektueele krachten in (ie Partij te maken, niet uitvoeren. Ik zat op het drooge; ik was een middelpunt van strijd in plaats van vereenigint] geworden en dat bedierf voor mij de geheele zaak Sedertdien is er een en ander veranderd; misschien zou ik daar thans meer medewerking vinden, men heeft aan die zijde nu óók een en ander meegemaakt en ikzelf ben in enkele dingen ook wat klaarder met me zelf geworden. Maar dat dit in orde is, is voor mij condHio sine qua non voor een bevestigende beantwoording van de vraag, die ge me hebt gedaan. Kan ik van die zijde op sympathieke medewerking, ook op 't noodige vertrouwen, rekenen, óók wanneer ik, desnoods, ja zelfs gaarne na overleg met de menschen van de N. T., me de vrijheid van een eigen ineening veroorloof? Tegen een fronde, waarin de meestsclirijveilde en sprekende menschen zitten, in te bolwerken, daartoe ontbreekt me de lust. Dan gaf ik nog liever hun de zaak in handen, om zelf in de oppositie te gaan en op die manier eventueel afwijkende inzichten in de partij te propageeren. Mocht dit punt zijn opgelost en mijn gezondheidstoestand het toelaten, dan zou ik, wanneer je mocht blijven bij je idee, om je kracht in 't vervolg grootendeels aan andere zaken dan de krant te besteden, gaarne eens willen weten wat het P. B er van denkt en mocht dit het weer eens met me willen probeeren, dan geloof ik, dat enkele voorwaarden, die ik voor een goede waarneming der hoofdredaktie (door de ervaring geleerd) zou moeten stellen, geen bezwaar zouden zijn en dat ik 't dan zou kunnen doen. Je hebt nu zelf liet wel en wee van dat baantje leeren kennen, 't Is in zooverre mooi, dat 't je gelegenheid geeft, om veel voor de zaak te doen, je dag aan dag in kontakt brengt met de beweging, je voortdraagt en voortstuwt in den strijd. Maar 't brengt ook veel misère mee, veel ontevredenheid met je zelf over t vele, dat ongedaan blijft: veel verantwoordelijkheid, veel gedonderjaag. De wetenschap daarvan maakt, dat ik 't een tweede maal niet aanvaard zonder beter te weten, waar ik sta, over welke hulp enz. ik te beschikken heb, dan de eerste maal. 't Kamerlidmaatschap is voor mij geen bezwaar, daar ik weet, dat men toch geen hoofdred. vindt, die niet als hij de man is dien men hebben moet, in betrekkelijk korten tijd kamerlid wordt. Maar de partijgenooten moeten niet iets onmogelijks eischen.

Ziehier een en ander in antwoord op je brief, 't Kon niet kort zijn, omdat ik eerst na onderzoek, na overleg met N -T. en P. B. antwoorden kan ja of neen Geef je mij permissie, met Henr. Holst over de zaak te correspondeeren, dan zal ik reeds dadelijk bij de N. T.-menschen op onderzoek uitgaan.

BRIEF van Tak aan Troelstra, d.d. 15 Maart '05.

Schrijft er gerust over aan wien ge noodig acht. Zelf deel ik Zaterdag in het P. B. mijn voornemen mede. Neem eventueele bezwaren niet te ernstig op. De Partij verlangt naar uw werk en dat is toch wat den doorslag moet geven. Kan ik in het P. B. er wat zeggen van — niet uw besluit - maar uw lust om de taak weer op te nemen?

Sluiten