Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigen met het noodzakelijk hybridische voorkomen wat een oostersche dichtkunst als die van Isaias™° verkrijgen in een Hollandsche imitatie van den dichtvorm ^waarin Tasso zijn «Jeruzalem verlost» hee samengesteld (denk aan de zooeven aangehaalde passage

uit Jonckbloet). Hij moet, zoo dat mogelijk is-- en 't schijnt noo-al voor bereikbaar te gelden in dertaai een hymne geven, die zoo niet adaequaat an toch benaderend is aan de schoonheid van het Latijnse

°°rS Nu noem ik voor mij een hymne als Adoro Te, de middeleeuwsche altaartaai van den heilige, die aneelicus» aenoemd wordt, die, werelden van gedachten in zijn hoofd, stierf met het Hooglied op zijn lippen tot wien de legende een stem uit den hemel hoorde zeggen : «Gij hebt wèl over Mij geschreven, Ihomas», J ik noem die hymne volstrekt en betrekkelijk onvertaalbaar in verzen. Die schoone adoratietoon was nimmer 't deel van den dichter der Altaergeheimenissen noch van Gezelle - die toon is niet te vinden in een ander idioom, die toon is alleen weer te geven in de sDraak den spraakzang van het Gregoriaansch. fc-n verstaat men niet de godgelatenheid en stilte van den rijmval der eindwoorden telkens :

Deitas — latitas sufficit — deficit fallitur — creditur zooveel gezongen verzuchtingen van blijde zelfverzaking op zich zelve, - ik denk, dat de leek bij een woordenloos luisteren naar de Gregonaansche melo 1 vromer en inniger adoreeren zal dan zoo hij zich be dienen moet van deze, in net boekje van i asioui v.u. Heijde overgenomen, berijming:

Sluiten