Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het zou naïef zijn te meenen, dat dat hoofdredacteurschap bestaan heeft van Sint Petrus tot heden, de geschiedenis van het ontstaan en de eerste ontwikkeling der kerkelijke getijden weet niet van één hoofdleider. Tot het canonieke Romeinsche officie hebben verschillende geslachten en tijden, menschen van alle volk en taal bijgedragen, en zelfs is er niet één eenhoofdig verzamelaar en rangschikker van de verschillende bijdragen geweest, een verzamelaar, die bijvoorbeeld een of andere groote paus was, en wiens naam wij niet zouden weten.

Over de verschillende kerken, die in de eerste eeuwen der Christelijke oudheid baden en zongen op hare eigene wijze, domineerde de kerk van Rome ten laatste met als voor alle verplichtend te stellen niet de hare zonder meer, maar eene uit elementen van verschillende, vooral Latijnsche kerken samengestelde lezing.

Als ge van de huidige redactie der liturgische boeken teruggaat in het verleden, dan maakt ge vaak kennis met den menschelijken kant, den klein-mensche lijken kant soms, van de doorluchtigste leden der kerk Hoe zou het anders, betwistten de twaalven elkander den voorrang niet, terwijl de Meester nog met hen wandelde, — hoe zouden dan later de duizendtallen, als de Meester henen was ? —

Toen de geleerde Newman nog totde Anglicaansche kerk behoorde, schreef hij in zijn Tracts for the Times: «Zoo voortreffelijk en schoon is het Roomsch getijdenboek, dat wanneer een Roomsche het een protestant voorlegt, deze van zelf gunstig bevooroordeeld komt te staan tegenover de Katholieke Kerk, als de protestant ten minste niet op de hongte is — voegt de Anglicaan er aan toe — met de lotgevallen dier ge-

Sluiten