Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

209. Schommel, de horizontale paal uitgesneden in den vorm van een drakenkop. Behalve de schommel hangen hieraan twee houten spatels en een katoenen lap. — Voor kleine kinderen (1636/196).

Inl. n. oendjat.

210. Stuk hout, achthoekig, van pimping-hoat, om hanensporen te slijpen (1636/171).

Inl. n. geboesen tadji\ tadji (Mal.) = hanenspoor.

211. Koker voor hanensporen, van hout, het bovenste deel roodgekleurd en fraai uitgesneden in den vorm van een gelaat, geopende getande bekken en gestileerde armen en beenen. In een bamboekoker, die in het midden met een hondenmotief versierd is en aan de beide uiteinden met fijne vezels omvlochten is (1636/217).

Inl. n. loeh baldau ; loeh = bamboe (Longwaisch).

212. Schild, van lichtbruin hout, zeer smal, met een schijf in het midden en 17 reeksen chineesche koperen munten, aan rotanreepen geregen, aan beide kanten. - Waarschijnlijk bij dansen gebruikt (1636/220).

Inl. n. kelosok.

GROEP XII.

Godsdienst, genees- en heelkunde, opvoeding en onderwijs').

213. Doodenhuis, op vier palen, het dak naar achteren hellend. Daarvoor een rood en zwart gekleurd, h jour uitgesneden plank (hondenmotief). Op twee dwarse latten rust de doodkist (No. 214). Daarvoor een plank, waarvan de uiteinden in den

1) Literatuur: Nyuak, Religious rites and customs of the Iban or I>y aks of Sarawak (Antbropos, 1906). — Ling Roth, I, 135—298. — Nieuwenhuis, In Centraal-Borneo, I, 56, 104, 139—147 en Quer durch Borneo, I, 96—115, 11,46,122,237,279. — Perelaer, 4_36 en 218—253. — Hein, 23—37. — Grabowsky, Int. Arch. f. Ethn. II, 177—204 en pl. VIII—XI. — Sal. Muller, 401—416 en pl. 52, 59 en 60. — Grabowsky, Dajakische Sitten und religiöse GebraucJte (Globus, XLVII). — Schadee, Bijdrage tot de kennis van dm godsdienst der Dajaks van Tajan en Landak. (Bijdr. T. L. Vk. 1903—

1907). Veth, II, 300—323. — Halewijn, Iets over de Dajakkers (Verh. Bat. Gen.

XII, 279—292). — Van Walchren, 822—823. — Schwaner, II, 184. — Wilken, Handleiding, 614—621. — Bastian, IV, 1—38.

Sluiten