Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen collega bij vvien de secundaire verschijnselen zich uitten in hevige asthma-aanvallen, die uren aaneen aanhielden. De zieke was zestien jaar, groeide hard, en had zich vooral vermoeid met muziekstudie; hij was dol op muziek en wilde musicus worden.

Bij onderzoek kon ik geen organisch lijden vinden dat genoegzaam deze asthma-aanvallen kon verklaren. Ik beduidde dan ook zijn moeder, die hem vergezelde, dat deze aanvallen veroorzaakt werden door zenuwzwakte, dat hij als kind zich overwerkt en voor alles rust noodig had. Ik liet hem eenigen tijd bedrust houden ; telkens zag ik, als ik naar hem kwam kijken dat hij de handen op de borst hield als om te toonen dat hij voor een aanval vreesde. Hij vestigde op die manier met zorg zijn aandacht op zijn ademhalingsorganen. Ik wist hem gerust te stellen en gaf hem den raad de handen niet meer op de borst te leggen en niet meer aan zijn aanvallen te denken.

De aanvallen die reeds maanden zich hadden vertoond bleven weg en zijn ook niet teruggekomen. Het is nu bijna drie jaar geleden dat dit jonge mensch onder mijn behandeling was.

Bij eene poging om de psychologische betrekking die bestaat tusschen de primaire en

Sluiten