Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenswil zich stort. Terwijl Hegel al het werkelijke redelijk noemde, zag Schopenhauer er niets dan onredelijkheid in. En inderdaad, indien naar het historisch materialisme niet het denken de oorsprong is van het zijn, maar het zijn de oorsprong van het denken, dan valt in beginsel de onderstelling van alle wetenschap weg, dat er gedachte en plan, maat en getal, in de dingen schuilt. Dit is alleen te handhaven op het standpunt van het Christelijk theisme, dat ons in de natuur een werk Gods doet zien en in de geschiedenis de leiding doet erkennen van zijne almachtige hand.

Bij deze groote, allesbeheerschende overeenstemming tusschen de Christelijke religie, en de onderstellingen aller echte wetenschap zijn de verschillen, die tusschen beide bestaan, betrekkelijk van minder gewicht. Op zichzelve zijn ze ongetwijfeld van hoog belang, want zij betreffen den oorsprong van wereld en menschheid, de openbaring Gods in Israël en in den persoon van Christus. Maar principieel worden al deze verschillen door het Christelijk theisme beslist. Immers concentreeren zij zich alle om de vraag van het wonder. Wanneer deze nu zoo eenvoudig te beantwoorden ware als Prof. Ladenburg meent, die eenvoudig decreteert: „Alles in der Natur Vorkommende ist natürlich und das Uebernatürliche ontspringt dem Gehirn von Phantasten und Unwissenden," dan ware het de moeite niet waard, daaraan verder nog eenig woord te verspillen. Maar het wonder staat met de belijdenis van het theisme in het nauwste verband en is van de diepste, religieus-ethische beteekenis. Immers is het wonder het bewijs, dat het mechanisme aan de teleologie, de physis aan den ethos, de wereld aan het Godsrijk, de natuur aan de genade ondergeschikt en dienstbaar is. Als er niets bovennatuurlijks is, als God niet anders te denken is dan als eene „Yerkörperung" der natuurwetten, als er geen hoogere macht is dan die werkt in de natuur, dan wordt de geest des menschen aan de stof onderworpen, verliest het religieus-ethische leven zijn grondslag un is het geloof aan den triumf van het goede een ijdele droom. Het wondergeloof wordt daarom door Titius terecht de energie en het hoogtepunt van het geloof aan Gods Voorzienigheid

Sluiten