Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan mogelyk is, wanneer studenten in de gelegenheid zyn, om professoren te hooren van verschillende en zeer uiteenloopende richting. Naar deze meening oordeelende, zou men verwachten, dat elke faculteit en iedere universiteit hier en in het buitenland eene staalkaart van professorale beginselen en stelsels zou vertoonen. Maar de werkelijkheid ziet er gansch anders uit. In dezelfde faculteit, en dikwerf ook aan dezelfde universiteit worden vóór en na mannen van ééne richting benoemd; eene enkele maal wordt er bij uitzondering een hoogleeraar van andere overtuiging aangesteld. En dit ligt ook in den aard der zaak. Professoren hebben het recht van voordracht en zoeken in de eerste plaats onder hunne geestverwanten naar ambtgenooten, met wie zij wetenschappelijk en vriendschappelijk kunnen omgaan. Voor eenige jaren werd er dan ook door Prof. van Geer eene klacht aangeheven over de wijze, waarop de benoeming der hoogleeraren aan onze openbare universiteiten plaats had; het raadplegen van de faculteit bij die benoemingen had de schaduwzijde, dat alle verscheidenheid uitgesloten, alle botsing vermeden werd en alleen vrienden op de voordracht kwamen'). Zoo groot is het verschil tusschen leer en leven. Volgens de leer is er voor allen plaats, naar het leven alleen voor ons en onze vrienden.

Maar de bovengenoemde meening is ook psychologisch en paedagogisch onhoudbaar. Zq rust op de onjuiste onderstelling, dat jongelieden, pas komende van gymnasium of hoogere burgerschool, reeds den lust en de geschiktheid zouden hebben,om uit eigen oogen te zien en zelfstandig tusschen verschillende ideeën en theorieën, beginselen en stelsels eene keuze te doen. Zij sluit heimelijk de gedachte in, dat het verstand het hoogste en schier het eenige is in den mensch, dat naar den maatstaf van dat verstand alles beoordeeld moet worden, en dat gezag en geloof, hart en geweten; zoo goed als geen gewicht in de schaal leggen. Met deze dingen toch wordt aan onze hoogescholen in den regel weinig rekening gehouden; het is alsof een mensch zich daarvoor schamen moet. Met godsdienstige en zedelijke vragen laten zich de hoog-

1) Vragen des Tyds, April 1887 bl. 96 v.

Sluiten