Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 91.

In een werklokaal moet ter plaatse, waar arbeid wordt verricht, liet rechtstreeks invallende zonlicht kunnen worden afgesloten.

Artikel 92.

Tenzij de aard van liet bedrijf zich daartegen verzet, moet in fabrieken en werkplaatsen, 11a het ingevolge het eerste lid van artikel 444 te bepalen tijdstip als zoodanig gebouwd, in elk werklokaal, het oppervlak van de lichtopening of van de lichtopeningen indien deze geen andere ruiten bevat of bevatten dan van helder, ongekleurd glas ten minste een tiende en anders ten minste een zevende van het vloeroppervlak bedragen.

Artikel 93.

Bij algemeenen maatregel van bestuur wordt bepaald aan welke eischen, ter plaatse, waar arbeid wordt verricht, moet voldoen zoowel de dag- als de kunstverlichting van een werklokaal,

waar het bedrijf wordt uitgeoefend van:

a. borduren;

b. diamanten of andere edelgesteenten bewerken;

c. glasslijpen;

d. maken van goud- en zilverwerk;

e. graveeren of houtsnijden;

f. instrumenten maken;

g. kant maken;

h. letterzetten;

i. machinaal breien;

k. naaien;

l. teekenen;

m. stikken;

n. uurwerken maken of herstellen;

of waar eenig ander bedrijf wordt uitgeoefend, hetwelk helder licht vereischt.

De algemeene maatregel kan naar gelang van de werkzaamheden, die in de werklokalen worden verricht, een verschillenden eisch stellen zoowel aan de dag- als aan de kunstverlichting.

Artikel 94.

De privaten, gangen, trappen, fabrieksterreinen en overige aanhoorigheden van eene fabriek of werkplaats, behooren op tijden, waarin zij moeten worden gebruikt of betreden, voldoende te zijn verlicht.

Artikel 95.

De bevoegde ambtenaar kan aangeven in welke werklokalen eene voldoende noodverlichting beschikbaar moet zijn.

Sluiten