Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 257.

Binnen eene maand na de dagteekening van liet bewijs van, ontvangst, bedoeld in artikel 255, deelt de ambtenaar schriftelijk zijn oordeel over de overgelegde stukken aan den aanvrager mede. Luidt dit ongunstig, dan worden de redenen medegedeelde waarop het oordeel steunt.

Aan de beoordeeling wordt een exemplaar gehecht van de in artikel 255 bedoelde stukken, door den ambtenaar gewaarmerkt.

§ 3. Van aangiften van fabrieken en werkplaatsen.

Artikel 258.

Het hoofd of de bestuurder van eene fabriek of — wanneer daarin meer dan één persoon werkzaam is — van eene werkplaats zendt binnen eene maand na het in werking brengen daarvan aan den burgemeester van de gemeente, waar de fabriek of werkplaats is gelegen, eene opgave:

a. van de werkzaamheden, die daarin worden verricht:

b. indien deze worden gebezigd, van de soort van drijfkracht en het aantal krachtwerktuigen en ovens, dat wordt gebezigd;

c. van het aantal arbeiders, dat aldaar in den regel werkzaam is;

d. voor het geval, dat de fabriek of werkplaats behoort tot de inrichtingen, die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken en niet mogen worden opgericht zonder vooraf verkregen vergunning, van het gezag, dat de vergunning gaf tot het oprichten en van de dagteekening van het besluit, waarbij de vergunning werd verleend.

Artikel 259.

Het hoofd of de bestuurder van eene fabriek of werkplaats, die in werking is gebracht vóór het ingevolge het eerste lid van artikel 444 te bepalen tijdstip, zendt binnen drie maanden na dat tijdstip aan den burgemeester der gemeente, waar de fabriek of werkplaats is gelegen, eene opgave als in het vorig artikel bedoeld.

De verplichting vervalt indien ten aanzien van de fabriek of werkplaats eene opgave is ingezonden overeenkomstig artikel 13 of artikel 27 der Veiligheidsw. t

Het eerste lid geldt niet met betrekking tot eene werkplaats, waarin slechts één persoon werkzaam is.

Artikel 200.

Binnen eene maand nadat eene fabriek of werkplaats is opgeheven, verplaatst of afgebrand, zendt het laatste hoofd of de laatste bestuurder daarvan aan den burgemeester van de gemeente, waar de fabriek of werkplaats was gelegen, eene opgave van de opheffing, de verhuizing of het afbranden met vermelding van het tijdstip, waarop dat plaats vond.

Sluiten