Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 292.

In eene vergunning, als bedoeld in artikel 290 of artikel 291 mag voor jongens, die hun veertiende jaar nog niet voleind hebben' voor meisjes en voor vrouwen het begin van den arbeid niet vroeger dan te uur des voormiddags en het einde niet later dan te 10 uur des namiddags worden gesteld.

Artikel 293.

Alvorens van de in artikel 290 of artikel 291 bedoelde ver-

vün"ivol k te ^>™en maken is het hoofd of de bestuurder h L hü i 1 verplicht de vergunning op te hangen en, zoo

i "L opgehangen te houden naast de

in aitikel 393 bedoelde arbeidslijst.

Artikel 294.

Kan in een spoedeischend geval de in artikel 291 bedoelde vergunning niet tijdig aangevraagd en verkregen zijn, dan is het hoofd of de bestuurder van het bedrijf bevoegd om vooi de jongens en meisjes, die hun vijftiende jaar voleind hebben, en voor de vrouwen of voor een of meer groepen van die jongens, meisjes

en \ i ouwen het aantal uren gedurende hetwelk arbeid ingevolge een der artikplpn '">67 tnt- an mat 071 ,1 .. __ • , , ®

- , :— —, wurueu verncnt, voor

hoogste 10 etmalen 111 een kalenderjaar maar in geen geval voor langer dan 3 achtereenvolgende etmalen met ten hoogste twee

pci ciiurtiii ie venengen.

L>g.«

Artikel 295.

Bij de toepassing van het vorige artikel mag het hoofd of de bestuurder desverlangd:

a het uur van aanvang van den arbeid twee uren vroeger of

b. het uur van einde van den arbeid twee uren later of

c. het uur van aanvang van den arbeid een uur vroeger en dat van einde van den arbeid een uur later

stellen dan de artikelen 272, 280, 282 en 285 veroorloven, met dien verstande, dat het begin van den arbeid in geen geval vroeger dan te 5 uur des voormiddags en het einde niet later dan te °10 uur des namiddags worden gesteld.

Artikel 290.

Ahoiens van de in artikel 291 toegekende bevoegdheid gebruik te kunnen maken, is het hoofd of de bestuurder verplicht twee door hem onderteekende en gedagteekende kennisgevingen op te maken, bevattende den aanvang en het einde der uren, gedurende welke overwerk zal worden verricht.

Het hoofd of de bestuurder is verplicht de eene kennisgeving, voordat hij van de m artikel 291 toegekende bevoegdheid gebruik maakt, op te hangen en zoolang hij van die bevoegdheid gebruik

Sluiten