Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 3 uur des namiddags, dan kan worden bepaald, dat die rusttijd meer dan een uur moet bedragen.

Artikel 306.

De in artikel 270, derde lid of in artikel 303 bedoelde msttijd, benevens de rusttijd, die ingevolge artikel 304 voor de laatstgenoemde in de plaats treedt, moeten worden doorgebracht in een doelmatig, behoorlijk verlicht, zindelijk gehouden, 's winters voldoend verwarmd lokaal, geen werklokaal zijnde, of — tenzij de weersgesteldheid hoogst ongunstig is — buiten de fabriek of werkplaats.

De in artikel 273 bedoelde rusttijd moet worden doorgebracht buiten de fabriek of werkplaats.

Door of namens Onzen Minister kan onvoorwaardelijk of voorwaardelijk, doch niet dan voor een bepaalden tijd, schriftelijk vergunning worden verleend, dat een of meer jongens, meisjes of vrouwen een in het eerste of tweede lid bedoelden rusttijd niet buiten de fabriek of werkplaats doorbrengen.

De vergunning kan te allen tijde door Onzen Minister worden ingetrokken.

Artikel 807.

Alvorens van een der in de artikelen 301, 304 en 306 bedoelde vergunningen gebruik te kunnen maken is het hoofd of de bestuurder van de fabriek, de werkplaats of den winkel verplicht de vergunning op te hangen, en, zoolang hij daarvan gebruik maakt, opgehangen te houden, naast de in artikel 393 bedoelde arbeidslijst.

Artikel 808.

Een jongen, een meisje of eene vrouw, ten aanzien van wien of wie geene vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 306, wordt, tenzij het hoofd of de bestuurder het tegendeel aantoont, geacht in de fabriek of werkplaats werkzaam te zijn wanneer de jongen, het meisje of de vrouw buiten het schaftlokaal wordt aangetroffen:

a. buiten zijne of hare werkuren in de fabriek of werkplaats, waar alsdan arbeid wordt verricht, of

b. in zijnen of haren in artikel 306 bedoelden rusttijd op eene plaats, welke met de fabriek of werkplaats in gemeenschap staat.

§ 2. Van den arbeidsduur van mannen bij nachtarbeid en in voor de gezondheid schadelijke bedrijven.

Artikel 809.

De bepalingen van de artikelen 311 tot en met 325 gelden met betrekking tot den arbeidsduur voor mannen, die zij het ook niet voortdurend werkzaam zijn in :

5

Sluiten