Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indit ti tijdens het plegen van het feit nog geen twee jaren zijn ver oopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene overtreding, als hiervoor onder a of b genoemd, onhertoepelijk is geworden, kunnen de straffen worden verdubbeld.

Artikel 427.

J1* hoofd °Lf .,'e bestuurder van eene fabriek of werkplaats, ..inn een arbeider werkzaam is. voor wien van toepassing zijn

If , üf V0 *eJeze wet eene arbeidslijst aangegeven rusttijden, niet strafbaar wegens overtreding van artikel 400 indien en

voor zoover eene vergunning, als bedoeld in artikel 329, van kracht was. '

Artikel 428.

Het hoofd of de bestuurder van eene fabriek of werkplaats, aann ten ai beider werkzaam is, voor wien van toepassing zijn {„6 '"8ev° ge deze wet op eene arbeidslijst aangegeven werktijden, niet strafbaar wegens overtreding van artikel 401 indien en voor zoover een der artikelen 291, 294. 319 en 322 is toegepast en hij bovendien kan aantoonen, dat het werken buiten de werktijden noodzakelijk was op grond van technische eischen van het werk en dat het aantal werkuren voor de betrokken arbeiders niet meer bedraagt dan ingevolge die artikelen geoorloofd is.

Artikel 429.

Met het opsporen van de overtredingen van deze wet zijn, behalve de bij artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de marechaussee, alle overige ambtenaren van Rijks- en gemeente-politie, alsmede de in artikel 370 bedoelde ambtenaren. Met het opsporen van de overtredingen van de artikelen 2o8, 259 of 260 of van artikel 263, lste lid zijn bovendien belast de burgemeesters.

Ten aanzien van de inrichtingen, bedoeld bij artikel 24 der Hinderwet (wet van 2 Juni 1875, Staatsblad no. 95, laatstelijk gewijzigd door de wet van 24 Juni 1901, Staatsblad no. 161) zijn behalve de bevoegde ambtenaren met deze taak uitsluitend belast de ambtenaren en officieren, die op grond van artikel 24, 2de lid. der Hinderwet door Onzen Minister van Oorlog daarvoor zijn aangewezen.

Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op de Rijkswerkplaatsen en -fabrieken. Aldaar wordt voor de toepassing der wet het toezicht geregeld door de hoofden der betrokken Departementen van Algemeen Bestuur.

Artikel 430.

De in het eerste lid van het vorige artikel bedoelde ambtenaren hebben toegang tot alle plaatsen, waar eenige tak van fabrieks- of

Sluiten