Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handwerksnijverheid wordt uitgeoefend, tot alle plaatsen, als bedoeld in artikel 2 onder b, tot alle ruimten, als bedoeld in art. 2 onder e en tot alle winkels, met uitzondering van de Rijkswerkplaatsen en fabrieken en de inrichtingen, bedoeld in artikel 24 der Hinderwet, waartoe, behoudens uit anderen hoofde aan anderen toekomende bevoegdheid, alleen toegang hebben de door Onzen Minister aangewezen ambtenaren.

De veld- en boschwachters, de beambten der marechaussee, niet zijnde hulp-officieren van justitie, en de ambtenaren van Rijksen gemeentepolitie beneden den rang van inspecteur der Rijksvelclwacht en van commissaris van politie behoeven, voor zoover hun de toegang niet uit anderen hoofde vrijstaat, een schriftelijken bijzonderen last van den burgemeester of van den kantonrechter. Aan bijzonder daarvoor aan te wijzen ambtenaren van Rijks- en gemeentepolitie kan een algemeene schriftelijke last worden verstrekt die, behoudens intrekking tusschentijds, van kracht is voor den tijd van drie maanden. Deze last wordt verstrekt aan ambtenaren van Rijkspolitie door den kantonrechter onder goedkeurin» van den procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, aan die van gemeentepolitie door den burgemeester onder goedkeuring van den Commissaris der Koningin.

Wordt aan de in het vorig artikel bedoelde ambtenaren de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met inroeping van den sterken arm.

In plaatsen, in het eerste lid bedoeld, die tevens woningen zijn, of alleen door eene woning toegankelijk zijn. treden zij tegen den wil van den bewoner niet binnen dan op vertoon van een schriftelijken bijzonderen last van den burgemeester, van den kantonrechter of van het hoofd der betrokken arbeids-inspectie. Van dit binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt en binnen tweemaal vier en twintig uren aan dengene, wiens woning is binnengetreden, in afschrift medegedeeld.

Artikel 431.

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 429 en 430 worden in gemeenten met meer dan 5000 inwoners, die door Onzen Minister worden aangewezen, een of meer ambtenaren van gemeentepolitie in het bijzonder belast met het opsporen van overtredingen van deze wet.

A oor eiken in het eerste lid bedoelden ambtenaar wordt door

n otaat aan de gemeente uitgekeerd eene som, die wordt vastgesteld door Onzen Minister, maar die een bedrag van 300 gulden niet mag te boven gaan.

Het aantal van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren wordt door Onzen Minister voor elke gemeente of voor groepen van gemeenten bepaald.

Sluiten