Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeiders die mei 't hoofd gebogen gaan,

ruiken een lucht van zaligheid. De vrouwen die meezwoegen, zoo vol vel om hun beendren, zoo slap van borst, zoo dof van aderen,

ruiken fijnen geur zooals wie zoete liefde ruikt van een meisje of man. Zekerste geuren van zaligheid, die naar het brein opstijgen, en onfeilbaar en dwaalloos den mensch leiden als hij slechts luistert. En de vrouwen luistren naar wat zoet geurend van den hemel daalt. Het is één opstijging, gaande geklim,

de mannen, vrouwe' en kindren stijgen opwaarts, d' arbeidersklasse stijgt de bergen in.

Sluiten