Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn kamer is der stilte diepste groef,

's morgens om vijf uur, als de eerste haan nog slaapt. Stil is het vuur van 't lamplicht aan. dat goudstralend zich in schemer begroef.

't Is vol van schatten hier, en ik behoef maar even van mijn tafel op te staan,

t hoofd in den schemer, naar een hoek te gaan, waar ik iets opdelf en blader en proef.

Sluiten