Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Van bezitting en schuld.

1. Noemt eenige zaken op, die het onderwerp van bezit kunnen zijn.

2. Wat is het verschil tusschen eene vordering en eene schuld ?

8. Welke soorten van vorderingen kent gij?

4. Welke soorten van schulden kent gij?

5. H. de Leur te Middelburg heeft op 1 Januari:

Geld f 4.520,28; een huis ter waarde van f 6.000. — ; gereedschappen voor f 4.417.92 en een stoommachine, die f 4.000.— waard is. Daarentegen moet hij nog betalen aan C. Stork f 50U.— en aan G Coops f 2.000. Hoe groot is de som van zijne bezittingen (activa)? id. de som van zijne schulden (passiva)? id. zijn zuiver vermogen?

6. Berekent met behulp van onderstaande gegevens het zuiver vermogen van R. Blankertz te Utrecht:

Geldvoorraad f 49JS.60; meubels, volgens lijst (inventaris) f 2.400. — ; huis aan de Rijnkade f 6.450. — ; pakhuis aan de Helling f 1.500. — ; 10 balen koffie f 560. — ; 52 zakken beetwortelsuiker f 5,304. — ; vordering op S. Geurtsen te Arnhem ƒ948.22; vordering op L. Kouwveld te Utrecht f 1.918.15; schuld aan A. Stefïens te Nijmegen f 412.87; schuld aan W. Jurgens te Rotterdam f 41.70.

7. Wat was op 31 Dec. 1898 het vermogen van G. van

Sluiten