Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoedig conflicten verrezen tusschen de regeerings-colleges en de Kerk, waarbij, gelijk van zelf spreekt, de laatste telkens de nederlaag leed.

Weldra was de Kerk onderworpen aan de willekeur van Vroedschappen en Staten, zoodat dan ook in de dagen van Jan de Witt de Staten van Holland het publiek gebed voor de Overheid aan de predikanten voorschreven. Voor < franje mocht niet meer gebeden worden; terwijl ook aan de Algemeene Staten, als Overheid voor de geheele Republiek, in dat gebed geen plaats meer werd gegund. Bij resolutie van 27 April ltit>3 yelastten de Staten van Holland en West-Friesland aan de predikanten dit formulier voor liet,.public gebedt" te bezigen: ,.Wij bidden U voor degene, die het I' belieft heeft over ons te stellen, te weten: de Staten van Hollandt ende Westvrieslandt, zijnde onze wettighe hoogste Overigheydt; wij bidden U oock voor de Staten van de andere vereenichde provinciën hare bondgenooten, voor derzelver gesamentlycke gedeputeerden ter vergadering van de Staten-Oeneraal ende in den Rade van State". Hieruit blijkt wel afdoende in welke slaafsche houding de Gereformeerde Kerken tegenover den Staat waren gekomen.

Het Calvinisme eisclit invloed van het volk, en het volk had letterlijk niets te zeggen; het Calvinisme eisclit eene vrije Kerk, en de Kerk was niet handen en voeten gebonden aan de Regeering. Er waren wel partijen in den lande: de Stadhouderlijken en de partij der De Witten (de Staatsgezinden); maar beide partijen waren allengs meer bedacht op het handhaven of uitbreiden van de voorrechten van hun familie of van hun kring dan op het geven van invloed aan het volk en op de vrijmaking der Kerk.

Zóó bleef het tot ongeveer 1775. Strijd tussclien de zich noemende Oranje-gezinden of Stadhouderlijken en de Staatsgezinden; maar een strijd, louter om persoonlijke belangen. Het Calvinisme als zoodanig nam daaraan geen deel. Nu eens wonnen liet de Stadhouderlijken. dan weder de anderen; maar het was verandering van personen, niet van regeerings-stelsel. Het volk bleef steeds buiten allen invloed.

Indien de Calvinisten van hun roeping en van den eisch hunner beginselen zich bewust waren geweest, ze zonden toen reeds eene partij gevormd hebben tegenover de bestaande partijen: eene Calvinistische partij, aan wie minstens even goed eene plaats toekwam

Sluiten