Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilt tle menschen in den Bijbel voor goddelijk erkennen. De mensch iilzoo boven de Openbaring geplaatst; waaruit weer blijkt dat het uiteenrafelen van de Schrift niet nieuw is en ook in de vorige eeuw voorkwam. Opmerkelijk is ook de overeenstemming tusschen de Schrift-critici van dezen tijd en die der 18de eeuw. Gelijk de < 'luistelijk-Historisohen van de Utrechtsche fractie (onder wie, gelijk men weet, het uiteenrafelen der Schrift zeer vele voorstanders vindt) nu dapper tegen Rome strijden, zoo viel men ook in de vorige eeuw heftig en fel de Jesuïten aan, daardoor zijn „onvervalscht Protestantisme" openbarende. „Er is geen nieuws onder de zon."

Onder de hoogere standen was, 150 ;t 100 jaren geleden, eene sterke overhelling naar den twijfel. Waarheden, wier verloochening ten allen tijde door de Christelijke Kerk als ketterij en afval aangemerkt was, werden zelfs door predikanten onwaar, overdreven, bespottelijk en ongerijmd genoemd. En daaronder niet enkel de leer der verkiezing maar ook der Drieëenheid, de verzoening door het bloed van Christus, de rechtvaardiging door het geloof, enz. De godheid des Heeren werd goddelijkheid, de erfzonde zedelijk bederf, de verdorvenheid en onmacht zwakheid en gebrek, Gods toorn een heilig ongenoegen, de bekeering zedelijke verbetering, de heiligmaking deugdsbetrachting. Van zonde geen sprake meer: de menscli is van nature goed, door ontwikkeling volmaakbaar.

l)e Kerk was trouwens, in de oogen ook van hen die als „godsdienstig" bekend stonden, niet meer eene ..goddelijke stichting" maar menschelijke vereeniging, kerkgenootschap, zonder blijvend kenmerk of onwrikbaar fundament, niet door haar verheerlijkt hoofd Christus maar naar het wisselvallig goeddunken telkens van de meerderheid geregeld en bestuurd. Uit dezen tijd dagteekent de afschaffing van de overigens verouderde berijming der Psalmen door Datheen en de nieuwe berijming der Psalmen, waarin ook sporen voorkomen van de onschriftuurlijke beschouwing, dat godsdienst deugds-betrachting is (Ps. 1 : 3); terwijl, aan de Psalmen niet genoeg hebbende, de Evangelische gezangen aan de Kerk werden opgedrongen, waarin naast veel schoons toch ook veel voorkomt van den braven-llendrikken-godsdienst der mannen van het Nut ran het Algemeen.

Daarbij kwam de heillooze band tusschen Staat en Kerk, waardoor de laatste onderworpen was aan het goeddunken van de voor

Sluiten