Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het scheen intusschen wel, dat van die profetie niet veel in vervulling zou komen. Zeker — de afwerping van liet Fransche juk bracht, onder de wijze maatregelen van den Koning tot opbeuring van handel en nijverheid, welvaart in den lande. We hadden onze onafhankelijkheid herwonnen; en onder het bestuur van een Vorst uit het Oranje-huis was er hope op betere dagen. Maar de volkomen onderwerping van de Kerk van Christus aan eene aardsche macht, waarbij die Kerk zelve zoo goed als lijdelijk bleef, wees op den allertreurigsten toestand, waarin het Nederlandsche volk in geestelijken zin verkeerde. „Vlecht Oranjen 0111 den hoed!" — werd er luide gezongen, toen de Franschen ons land verlieten en de geliefde Oranje-vorst den vaderlandschen bodem had betreden:

Vlecht Oranjen om den hoed!

Holhmd rijst met nieuwen moed Uit den schoot der wnatren!

Huppelt vroolijk in liet rond!

I>aver' Hollands vruchtbre grond!

I.ant de vreugde schaatren!

Helaas! dat de Koning, aan wiens godsvrucht niemand twijfelde, zich er toe liet leenen om met de Kerk zóó revolutionair te handelen. Het begon zoo schoon. Spoedig na de aanvaarding der regeering nam hij doeltreffende maatregelen in betrekking tot het leger en de Zondagsviering. Den 20sten Juni 1814 schreef de Koning een algemeenen Dankdag uit (gehouden 20 Juli), gelijk hij vroeger Bededagen (13 Jan. in vereeniging met Groot-Brittanje) had doen houden. De begeleidende Brief bevat ongetwijfeld zijn eigene inzichten en belijdenis. Wij halen er eenige zinnen uit aan:

„Bij het aanschouwen der groote werken des Heeren, die ons boven bidden en denken beweldadigde, moeten de Nederlanders naaide gelegenheid verlangen, om het offer hunner dankbaarheid op eene gemeenschappelijke en plegtige wijze, voor de oogen aller Volkeren, den Alzegenaar aan te bieden

,.Dat dan alle inwoners dezer beweldadigde Lauden, innig overtuigd hoe zij niets aan eigene krachten of verdiensten, maar alles aan Goddelijke ontferming te danken hebben, den Oneindigen met ootmoed naderen; maar tevens niet dat vertrouwen, hetwelk

Sluiten