Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ondervinding van zóó wonderbare redding mag en moet inboezemen ....

„Dat de smartelijke lessen, in de school van tegenspoed ontvangen, niet verloren mogen gaan: door tweedragt en baatzucht ging liet Vaderland ten onder; alleen door eendragt en ijver voor het algemeen welzijn, kan het behouden blijven.

„Groot en gewigtig zijn di>ze pligten. Dat wij ootmoedig ons onvermogen belijden, om dezelve te betrachten zonder den bijstand des Allerhoogsten. Het herstel van onzen uitwendigen geluksstaat was Zijn werk; onze zedelijke verbetering kan ook alléén van Hem verwacht worden. Smeeken wij dan daartoe de werking van Zijnen Heiligen Geest."

Dat was een echt Oranje-woord, een weerklank van hetgeen een Prins Willem I en Prins Willem III in voor- en tegenspoeden deden hooren. Maar de schoone belijdenis, die de Koning in de aangehaalde woorden uitsprak, scheen niet sterk genoeg om weerstand te kunnen bieden aan den algemeenen geest van halfslachtigheid en dubbelhartigheid, als gevolg van de Fransche revolutie. Zelfs moet hij gepoogd hebben om tegenover de roomsch-katholieke kerk één groote protestantsche eenheid te vormen, die alleen kon worden verkregen door de afslijting van de scherpe kanten der uiterste richtingen. Het juiste midden begeerde men: een christendom boven geloofsverdeeldheid, waaraan ook een jood zich niet al te zeer behoefde te stooten.

Thans, nu de anti-revolutionaire partij alle christenen in den lande prikkelt oin aan de vraagstukken van Staat en Maatschappij ernstige aandacht te wijden en ze te bezien in het licht der christelijke levensbeschouwing — thans kan men zich moeielijk voorstellen hoe treurig de toestanden op geestelijk gebied in de eerste jaren na de Fransche heerschappij waren. In de groote steden was er geen predikant te vinden, dien de kleine luyden, bij wie de aloude belijdenis nog het meest geëerbiedigd bleef, konden vertrouwen. De Gereformeerden trokken zich geheel terug, zich niet inlatende niet wereldsclie zaken, gelijk zij de belangen van Staat en Maatschappij noemden. Zeer vele christenen werden onbewust door den stroom van zelfgenoegzaamheid en eigengerechtigheid medegesleept en namen opvattingen en denkbeelden over, die tegen Gods geopenbaarden wil lijnrecht ingingen.

Sluiten