Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander naderden, verstoorde, (ieen wonder dat Schotsman als met smaad en hoon werd overladen. Een predikant, die door liet publiek bezoldigd werd, kwaadaardig te zien wederstreven den publieken geest — zich te verzetten tegen den openlijk verklaarden wil der hoogste autoriteiten — het was al te kras. Men riep de kerkelijke tucht, die immers de redeloozen, ontuchtigen, enz. vervolgt, tegen hein op." (Wagenaar, „Het Réveil en de Afscheiding").

Inmiddels werd het fel vertreden geschrift met groote graagte door duizenden gelezen: wel een bewijs, dat onder het volk nog tal van menscheu waren in wie de aloude gereformeerde geest wel sluimerde maar toch wakker kon worden gemaakt. Bilderdijk nam liet voor Schotsman op, en beiden vatten het voornemen op samen te werken tot hetzelfde doel: liet Nederlandsche volk weer terug te voeren van de paden van eigengerechtigheid en farizeïsme.

In de dichtregelen, die Bilderdijk aan Schotsman toezong en die geplaatst werden voor zijn uitgaaf van „Afval der Christelijke Kerk in onze dagen", worden beider geestesrichting en de lieerschende tijdgeest aldus gekenschetst:

Wel hein, die bij 't verderf van Godsdienstleer en Zeden,

't Blanketsel van 't gelaat der valsche Leeraars vaagt:

Den kanker open legt die t hart der Kerk verknaagt. Kn 't «uitspook onder 't oog, het schnnmloos oog. durft treden,

Dat met de klatertroon der ingebeelde Reden Het kenbaar merk des vloeks op 't Kaïns voorhoofd draagt.

Ja. Schotsman, staan wij pal. Bij Jezus kruis gebogen.

Verachten wij den wrok van Heiden en Sofist.

AVier wijsheid dwaasheid is en loos verniste logen.

En vruchteloos ons den zoen in 's Heilands bloed betwist.

'tVijandlijk gruwelrot koom woedende aangetogen,

God zelf belacht omhoog hun niets vermogend pogen:

Voor 's Werelds wording-zelf heeft Rij den strijd beslist.

Weldra verzamelden zich om Schotsman enkele theologische studenten, en 0111 Bilderdijk studenten in de rechtsgeleerdheid als de Hogendorpen, Da Costa, Capadose, Groen, Elout en anderen.

En zóó was het begin gekomen van de worsteling tegen den geest der eeuw; zóó werden toen reeds de zaden gestrooid, die weldra ontkiemd straks de eerstelingen voor de anti-revolutionaire partij zouden afwerpen.

Kort na de Kamer-kiezingen in de maand Juni 1897, toen de

Sluiten