Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een volk op zich zelf; de Revolutie bracht hen tot elkander als Nederlanders, als zonen van één vaderland.

l)e afstand tusschen boeren en burgers en regenten en adel was in de vorige eeuwen groot; de Revolutie nam dezen afstand voor een goed deel weg en deed allen gevoelen Nederlanders te zijn, die gelijk stonden voor de wet.

Aan de regenten-partij, aan den adel en de aanzienlijke klassen werden in vorige eeuwen voorrechten geschonken; de Revolutie heeft, althans voor een zeer groot deel, die privilegiën opgeheven, zoodat daardoor b. v. iedere burger benoembaar of verkiesbaar werd geacht.

Invloed op de regeering des lands, der provincie en gemeente werd alleen gegund aan eene bepaalde klasse, terwijl de regeeringsniaclit bij eenige personen of bij een persoon berustte, zonder eenigen waarborg ter handhaving van de rechten en vrijheden des volks. De Revolutie heeft als regel gesteld, dat alle burgers invloed beliooren uit te oefenen. En wel ging dit langzaam, maar het goede beginsel, dat hierin lag, werkte toch door.

Tot 1795 was er eene Staatskerk, en werden alle andere kerkelijke gezindten slechts geduld (getolereerd); ook daaraan maakte de Revolutie een eind.

Zou nu het wegvallen van al die scheidsmuren moeten betreurd worden? Geen enkel goed anti-revolutionair denkt er aan. Toch was dit anders bij het eerste optreden der christenen, in het begin der vorige eeuw, tegen den geest der Eeuw. Da Costa verwierp in zijn bekend geschrift van 182ii zoo ongeveer alles wat de Revolutie had voortgebracht. Dit nu was niet anti-revolutionair, tegen het beginsel der Revolutie, — maar het was, gelijk Groen het noemde, contra-revolutionair; liet ging niet slechts tegen het revolutie-beginsel, maar ook tegen de vruchten, die ons door de Revolutie onder de leiding Gods werden geschonken.

Awtó-revolutionair noemen we ons, niet co«<ra-revolutionair.

Tegen het beginsel der Revolutie en alzoo tegen alles wat krachtens dat beginsel uit de Revolutie voortkwam. We zijn tegen volkssouvereiniteit; tegen ontwrichting van de maatschappij door het wegnemen van de natuurlijke organisatie des volks; tegen scheiding van Staat en Godsdienst; tegen onbeperkte heerschappij van de vrijheidsleer, die de banden tusschen patroons en werklieden verbreekt.

Sluiten