Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zelf bepaald wordt door liet peil van ontwikkeling, waarop een volk door de leidingen Gods in zijn onderscheiden levenskringen is gebracht.

Dit wordt ook duidelijk uitgesproken in art. 31} der Gereformeerde Geloofsbelijdenis. — In dit artikel onzer confessie worden de oorsprong en het karakter van de Overheid aangegeven: „Wij gelooven, dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des inenschelijken geslachts, Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft, willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de menschen toega. Tot dien einde heeft Hij de Overheid het zwaard in handen gegeven tot straffe der boozen en bescherming der vromen."

In de wereld ingetreden uit oorzaak der verdorvenheid, heeft de Overheid haar oorsprong in de zonde en is ze te beschouwen als eene gunste Gods, die haar laat regeeren door „wetten en politiën", tot stuiting der zonde en tot het mogelijk maken van een dragelijk leven van zondaren met zondaren. Waar in art. 3(5 gesproken wordt van „bescherming der vromen", moet niet eenig en alleen gedacht worden aaii de godvruchtigen; maar aan alle rustige burgers, die zich tegenover hun medeburgers niet misdragen. Het woord vroom beteekende vroeger „ijverig voor eene goede zaak". In het Doopsformulier wordt dezelfde uitdrukking gebezigd : „en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn gansche rijk strijden en overwinnen mogen." In de middeleeuwen sprak men van een vroom ridder, d. w. z. niet een pieus ridder, maar een, die dapper, met moed en ijver streed.

Zoo staat nu over elk volk een politiek souverein gezag, opgedragen aan een koning, eene koningin, een president, ja soms aaii liet volk zelf. Alleen houde men wel in het oog, dat God het overheidsambt niet door eene opzettelijke ordinantie heeft ingesteld, maar dat het is opgekomen uit den nood der volkeren. Daarover meer op de volgende bladzijden, waar art. 3 van ons Program zal worden behandeld.

Over de wijze, waarop het politiek souverein gezag, de overheidsmacht, optreedt, laat de Heilige Schrift zich niet uit. Eene republiek kan even goed zijn als een koninkrijk. Dat hangt af van de omstandigheden, waaronder een volk tot ontwikkeling is gekomen.

Sluiten