Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk. Hiermede moet evenwel niet verward worden liet stelsel der Remonstranten, der Arminianen of der Loevensteinsche factie: Van Oldenbarneveldt en consorten. De caesaropopie, gelijk dat aanwezig is in Grieksch-godsdienstige landen en in de Lutliersche rijken, is bijna zoo ond als het zich openbarend Christendom in Europa. De fout der eerste christenen in ons werelddeel was, dat zij de bescherming en de verzorging opdroegen aan Constantijn den Groote of liever dat deze zich daarmede belastte en dat de christenen zich daartegen niet verzetten. Maar Constantijn de Groote deed dit in ieder geval om, naar zijn begeerte, de Kerk te dienen; terwijl Oldenbarneveldt en heel de Loevensteinsche factie niet de libertijnen den baas wilden spelen over de Kerk, 0111 zuiver politieke redenen en partij-belangen. Een caesaropopisch rijk staat dus veel liooger dan wat Oldenbarneveldt voorstond.

Het Calvinisme heeft zich dan ook met hand en tand tegen het streven van Oldenbarneveldt verzet; maar het kan zich ook niet vereenigen met het stelsel van Rome of van de Grieksche kerk, dat nl. de wijze waarop de Overheid haar gezag zal doen gelden, gebonden is aan de uitspraak der Kerk, (bij Rome aan de uitspraak van den Paus: bij den Griekschen godsdienst aan die van den Czaar van Rusland: en bij de Lutherschen aan die van den Koning van Pruisen). Kerk en Staat — zóó hebben de Gereformeerden het steeds geleerd — zijn twee afzonderlijke terreinen; de Kerk betreft de particuliere genade, de Staat is het terrein der natuur of der algenieene genade. In Art. 36 van onze geloofsbelijdenis wordt dit duidelijk uitgesproken. Te betreuren is het zeker dat onze vaderen niet consekwent waren en in hetzelfde artikel aan de Overheid de taak opdroegen „0111 uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst."

A11 d r é M e 1 v i 11 e, de opvolger van den Schotschen hervormer K 11 0 x, zeide zoo juist en treffend tot Jacobus VI, koning van Schotland: „Sire, er zijn twee koningen en twee koninkrijken in Schotland. Er is een Koning Jacobus VI, die liet hoofd is van den Staat, en er is Jezus Christus, die de Koning is van de Kerk. Jezus Christus, waarvan Jacobus VI de onderdaan is, en in wiens Koninkrijk Jacobus VI noch is een koning, noch een hoofd, maar een eenvoudig lid. Sire! zij, wien Christus heeft opgedragen te waken over Zijn Kerk, hebben van Hem de macht ontvangen zijn geeste-

Sluiten