Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitnemendheid, ook al geven zij juist zeer hoog op van de voortreffelijkheid hunner beginselen; — en het is daarom dat zij zich van de heerschappij hebben meester gemaakt niet 0111 de onbelemmerde vrije ontwikkeling van iedere richting toe te laten maar veel meer 0111 hun eigen richting, die van het ongeloof, op alle manier door den machtigen arm van den Staat te bevorderen.

Dit is, zal men wellicht zeggen, eene krasse beschuldiging. Niet wij zullen dit ontkennen; maar eene beschuldiging die met de feiten volkomen overeenstemt, gelijk blijken zal.

Immers — wat wenschen de anti-revolutionairen, volgens artikel 4 ?

In de eerste plaats dat het Woord zijn vrijen loop hebbe. Is dit in een land, waar menschen van allerlei richting wonen, een onrechtmatig verlangen? Ja, indien wij er bij voegden: achteruitzetting of verdrukking van hen, die voor het Woord des Heeren niet buigen. Maar dit wenschen wij juist niet. E11 waar dit zoo is, daar bestaan onzerzijds redenen in overvloed 0111 ons ernstig beklag te doen over het bedrijf der politieke God-looze richting, onverschillig of haar voorstanders zich conservatieven, liberalen of radicalen noemen. Want wat heeft die richting, die uit de Revolutie is voortgekomen, anders gedaan, de gansche vorige eeuw door, dan den vrijen loop van liet Evangelie verhinderen!

Dat begon al in 181(j, toen de Ned. Herv. Kerk af hankelijk van den Staat werd gemaakt en zoo tot machteloosheid werd gedoemd. Dat werd voortgezet door aan de Hoogescholen bij voorkeur bestrijders van het Evangelie te benoemen; door bij benoemingen van burgemeesters, commissarissen der Koningin, ja zelfs van politieagenten en brievenbestellers in den regel liberalen in aanmerking te doen komen; en niet minder door het oprichten van christelijke Universiteiten en Gymnasia in geen enkel opzicht te steunen maar tegen te werken.

Het spreekt van zelf, dat dit voordeelig moest zijn voor de liberale richting. Immers lag in die uitsluiting van niet-liberalen de verleiding voor 0 zoovelen van christelijken huize, bepaaldelijk onder de vermogende en aanzienlijke klassen der burgerij, om met de christelijke levensbeschouwing te breken ten einde hun carrière niet te bederven; en tegelijk was dit uitsluitings-systeem nadeelig voor den vrijen loop van Gods Woord, omdat aan het zich scharen

Sluiten