Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op geestelijk gebied - dat alles kan en moet door den Staat worden afgeschaft, zoo het volk dit in zijn belang acht. In dit stelsel bestaat er dus, stoffelijk èn geestelijk, hoegenaamd geen grens voor de Staatsmacht: de Staat kan alles, mag alles en moet alles doen wanneer en zoodra de meerderheid der kiezers dit slechts eischt ' Daartegenover staat het stelsel van het conservatisme, of van het oud-hberahsme, dat de vrijheid van ieder persoon, van den indivi 11, \erkondigt. I)e Staat heeft zich te onthouden, heeft alleen recht te spreken, de orde te handhaven en de rust te bewaren Feitelijk is evenwel dit stelsel nooit uitgevoerd. Immers, terwijl men Staats-onthouding predikte, liet de Staat aanvankelijk wel loopen wat liep ten aanzien van de verhoudingen op stoffelijk gebied tusschen nienschen en menschen, tusschen rijken en armen tusschen patroons en werklieden, tusschen grondeigenaars en pachters tusschen koopers en verkoopers, - maarten opzichte van de zedelijke' en geestelijke belangen zag het conservatisme en liet oud-liberahsme er nimmer tegen op dat de Staat zoo brutaal mogelijk ing,-een De historie van de Hervormde Kerk in 1816, de vervolgingder Afgescheidenen" in 1834, het verbod om christelijke scholen te stichten en nu nog bevoorrechting van liet openbaar onderwijs boven liet bijzonder ■ dat alles bewijst overvloedig, hoe de voorstanders van dit stelsel op twee gedachten hinkten. Doch dit niet alleen. Zoodra de aandranvan het volk naar ingrijpen van den Staat ook op zoogenaamd economisch of maatschappelijk terrein te sterk werd, bezweek liet conservatisme of oud-liberalisme en gaf het toe. Dat begon feitelijk al met het verleenen van geld voor waterwegen ten bate vooral van de steden, met het aanleggen van spoorwegen, met het brievenvervoer van Staatswege, om nu maar van de telegrafie, de telefonie en de Rijkspostspaarbank te zwijgen. Dat werd voortgezet met de Kinderwet-Van Houten, met de Arbeidswet van 1889 ) elll&heids- en Hinderwet. En dat zal niet ophouden eer de Staat kort en goed heel het terrein der sociale wetgeving heeft betreden en er althans van vrij contract en van vrije concurrentie, de hoofdzuilen van liet onthoudingsstelsel, geen sprake meer zal zijn.

Zeiden we dan te veel, dat dit stelsel nooit is uitgevoerd? Dat het eene theorie is, maar ook niets meer dan eene theorie waarmede de praktijk telkens heeft gespot en die dan ook in

Sluiten