Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoewel veel van het hatelijke, dat voor ons in dat toch zoo schoone woord lag opgesloten, is verdwenen: hoewel verachting en bespotting, waaraan Da Costa en de „fijnen" bloot stonden, thans gelukkig slechts sporadisch voorkomen, ten minste niet zoo openlijk meer voor den dag treden - toch behoeft men slechts te wijzen op de stuitende rechts-ongelijkheid ten aanzien van het vrije onderwijs en op de bevoorrechting van de richting, die met God en

Jn ^oord geen rekening houdt, om duidelijk te maken dat verdraagzaam nog bij velen slechts een klank is gebleven.

Maar . . . staan dan de anti-revolutionairen, die op anderen zoo afgeven, de ware, echte verdraagzaamheid voor ? Ons dunkt, dat art. 4 van ons Program daarop geen onduidelijk antwoord geeft, en dat ook de beschouwingen, die wij er aan wijdden, den lezer daaromtrent niet in het onzekere laten.

I>at artikel toch spreekt het groote beginsel uit, dat de Overheid zich alleen op haar terrein heeft te bewegen en dat zij zeer beslist zich onthoude van alles wat in betrekking staat tot de geestelijke ontwikkeling der natie. Vrijheid van conseientie derhalve, strikte eerbiediging van gemoedsbezwaren. Geen propaganda met andere dan zedelijke middelen, daar het Woord onzes Gods wil aanbidding 111 geest en in waarheid, en zulk eene aanbidding sluit alles uit wat niet uit den vrijen aandrang des harten voortkomt.

„Verdraagzaam" is maar niet eene leuze bij ons, want ons optreden als staatkundige partij heeft het overtuigend bewijs geleverd, dat wij steeds voor gemoedsbezwaren van anderen uit den weg gingen, die eerbiedigden, ook al konden wij ze niet deelen. Wij wenschten wel, dat dit ook van onze tegenstanders kon worden gezegd. Dan hadden ze, om dit ééne actueele punt te noemen, zich wel gewacht leerplicht of schooldwang op te leggen, tenzij eerst alle redenen voor gemoedsbezwaren waren weggenomen.

Gemoedsbezwaar, vrijheid van conscientie, werkelijk verdraagzaam—het kan niet ontkend worden, dat het niet altijd zoo dadelijk uit te maken is hoeverre de grenzen' daarvan mogen gaan. Maar al is dit zoo, toch kan liet uitgangspunt, dat de anti-revolutionairen bij het bepalen daarvan innemen, moeilijk worden gewraakt ; het is althans zeer zeker oneindig veel beter dan z.g. „algemeen belang, dat niet veel meer is dan eene subjectieve

Sluiten