Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmede dan ook in de vierde plaats gepaard moest gaan verbod van Zondags-arbeid in alle werkplaatsen van nijverheid en in winkels, het te koop venten van artikelen langs de straten. ')

In de vtjfde plaats zoude het op den weg van de Overheid liggen 0111 ij iet \ erleenen van concessiën aan spoor- of tramweg-ondernemingen 111 de concessie op te nemen de voorwaarde van verbod tot publiek vervoer, of althans tot tempering daarvan op den Zondag.

ten slotte: strenger dan op andere dagen wake de Overheid voor de publieke eerbaarheid en zedelijkheid op den dag des Heeren.

anneer de Overheid zóó optrad — en dit zou alleen kunnen, wanneer al de Ministers, gesteund door eene krachtige eenstemmige meerderheid in de beide Kamers, op dit punt eenstemmig waren en dus voor Zondags-heiliging wilden ijveren - dan voorwaar zou er Zondags-» ust zijn en zou er ook Zondags-heiliging komen. Duizenden zouden er wel bij varen naar geest en lichaam, indien onze Zondagen wat kalmer werden doorgebracht, indien men zich meer gewennen kou aan een gezellig samenzijn met onze naaste betrekkingen Dat bij zulk eene Zondags-rust de welvaart minder zou worden, leeren E"geland en Amerika wel anders; en de rechtzinnige joden, die op den babbath volstrekt niet werken, komen er evenzeer als de niet-joden.

e weten wij zeei goed, dat wat wij als onze wenschen te ennen gaven niet op eens te bereiken zal zijn. Maar indien de Overheid werkelijk overtuigd was van het schadelijke en schandelijke onzer tegenwoordige Zondagsviering, wanneer zij wat minder bevooroordeeld rekening hield met den invloed der Kerk —zij zou moeten erkennen, dat een rustdag, als door ons gewenscht wordt een zegen voor land en volk zou zijn.

Zoo juist heeft de Standaard van 24 Juli 1876 het gezegd: rDe Kerk staat thans, in meer dan een opzicht, machteloos tegenover hetgeen de harten vervult. Wij vragen niet dat de Regeering haar \ leugelen over haar uitbreidt en eene premie zal uitloven o.a. voor getrouw kerkbezoek; maar of zij wèl doet met onbeperkt de gelegenheden tot verstrooiing te doen toenemen op den rustdag, betwijfelen we zeer."

I) Op voorstel van schrijver dezes werd dei. 15den Juli 1802 door den Gemeenteraad van sGravenbage de volgende bepaling in de Politie verordening aldaar

opgenomen: „Het is verboden op Zondag koop- en eetwaren langs de straat met vrucht van deze bepK,in? u-d,,t ^de straten »» ^

tie op Zondag bijna met meer gevent wordt.

Sluiten